i do not
intend
to let go,
you know
for all you do
and all that shatters
over lines
of long gold silver
by dawn
in dark,
we move.
maandag 26 december 2011
ach
hadden wij elkaar
maar
jaren vroeger
pas ontmoet
dan zouden wij
verlaten
toelaten
ook
armen slaan
omheen
onszelf
en kussen
niets zou ons
onthouden
worden
we hadden
elkaar
in het
achterhoofd
als een geloof
een zwakte
die zou sterken
op dagen zoals
deze
nu slijten
wij uren
slechts
en zullen tranen
laten
om wat ligt
onder uw handen
we huilen niet
we lachen,
verdoofd door
absurditeit,
koel als winterlucht
die maar niet
komen wil
we schurken
van veraf
onze woorden
aan elkaar
verrast,
somtijds
maar altijd
zonder raken
waarna slechts
leegte
overblijft
hadden wij elkaar
maar
jaren vroeger
pas ontmoet
dan zouden wij
verlaten
toelaten
ook
armen slaan
omheen
onszelf
en kussen
niets zou ons
onthouden
worden
we hadden
elkaar
in het
achterhoofd
als een geloof
een zwakte
die zou sterken
op dagen zoals
deze
nu slijten
wij uren
slechts
en zullen tranen
laten
om wat ligt
onder uw handen
we huilen niet
we lachen,
verdoofd door
absurditeit,
koel als winterlucht
die maar niet
komen wil
we schurken
van veraf
onze woorden
aan elkaar
verrast,
somtijds
maar altijd
zonder raken
waarna slechts
leegte
overblijft
in silence
under wines
i leave you
dear
i leave you be
i read
and remain
under covers
half
of what is me.
i won't last
long
in long cold winters
as long as
snow hasn't
hit roofs
i take pens
and feel
your hands go
i pretend
that nearly
prooves
the needs
that make me
go to places,
i must follow
for sure
my wilder heart,
i cannot beat
it
i can only
endure.
under wines
i leave you
dear
i leave you be
i read
and remain
under covers
half
of what is me.
i won't last
long
in long cold winters
as long as
snow hasn't
hit roofs
i take pens
and feel
your hands go
i pretend
that nearly
prooves
the needs
that make me
go to places,
i must follow
for sure
my wilder heart,
i cannot beat
it
i can only
endure.
zondag 11 december 2011
hoor mij
hoor mij schrijven, terwijl voeten
nauwelijks nog gaan.
we blijven.
tegen warmte aan en sluimeren
omheen
na drinken
doe ik niet meer
alsof
volledig mij
en wat dat draagt,
doet voluit genoegen.
warmt
gaat terug naar
al wat was
aan zee.
ik zie door vertes,
ver in 't hoofd,
stuivend zand en
meer.
vergeet niet
wat zilte, zoute
nachten brachten.
jaren nog
daarna
twee tranen
en ik
zie u
weer
als in wat was.
ik hoor.
zie u staan,
gij beiden.
als in zingen
tot aan Engeland.
zand tussen de
mensen door,
de tenen
zie mij
zie mij
zitten.
wat ik doe,
is vol voor u
door u die
woorden drenkt
en lost
door mij
door dwalen
ik vind u,
zie u zitten
zijn
als gij
als tranen die
wij plengen,
onbeschaamd
verloren.
hoor mij schrijven, terwijl voeten
nauwelijks nog gaan.
we blijven.
tegen warmte aan en sluimeren
omheen
na drinken
doe ik niet meer
alsof
volledig mij
en wat dat draagt,
doet voluit genoegen.
warmt
gaat terug naar
al wat was
aan zee.
ik zie door vertes,
ver in 't hoofd,
stuivend zand en
meer.
vergeet niet
wat zilte, zoute
nachten brachten.
jaren nog
daarna
twee tranen
en ik
zie u
weer
als in wat was.
ik hoor.
zie u staan,
gij beiden.
als in zingen
tot aan Engeland.
zand tussen de
mensen door,
de tenen
zie mij
zie mij
zitten.
wat ik doe,
is vol voor u
door u die
woorden drenkt
en lost
door mij
door dwalen
ik vind u,
zie u zitten
zijn
als gij
als tranen die
wij plengen,
onbeschaamd
verloren.
sta ik aan zee, naast u, en zie
mezelf als toen.
streel muren die me ouder lijken
dan ik ooit ben geweest.
onder dekens weef ik
alles, dromen, aan elkaar.
ruik zee en zand als nooit, zie
molens. lichten, groen en rood.
voel wind varen door mijn haar.
als zes, als twee, als lang geleen.
voeten, twee en vier, in zand en
weten dat
wat vervliegt, vergeten wordt en
niet
opgehaald, gemist, geweten,
nog gevoeld, geschreven wordt.
als in sterren zien.
frisse zomerluchten die omslags
onthouden worden, al dan niet
verkeerd.
omarmd als wat essentie is,
vandaag. waaruit te putten valt.
slechts schrijven. ik vind u daarin.
in schrijven en schreien. ik zie u.
kom dichtbij, ik vrees niet.
zit toch, zet u neer.
ge zoudt genoegen vinden in
wat ik voor u doe. uit u, door u.
gij die mij woorden biedt.
ik verbind u met wat ik van
u verlang. zolang ge voedt, blijf ik
u spuwen.
ga terug naar wat niet was.
ik troost.
vind troost in dat wat ik hier doe.
doe niet slapen, niet vandaag.
verlaat niet. vul met alles wat
ge waart en praat.
ik hoor u in stilte praten.
waak over verleden en wat nog
komen moet, dat komt, om u.
uit u.
mezelf als toen.
streel muren die me ouder lijken
dan ik ooit ben geweest.
onder dekens weef ik
alles, dromen, aan elkaar.
ruik zee en zand als nooit, zie
molens. lichten, groen en rood.
voel wind varen door mijn haar.
als zes, als twee, als lang geleen.
voeten, twee en vier, in zand en
weten dat
wat vervliegt, vergeten wordt en
niet
opgehaald, gemist, geweten,
nog gevoeld, geschreven wordt.
als in sterren zien.
frisse zomerluchten die omslags
onthouden worden, al dan niet
verkeerd.
omarmd als wat essentie is,
vandaag. waaruit te putten valt.
slechts schrijven. ik vind u daarin.
in schrijven en schreien. ik zie u.
kom dichtbij, ik vrees niet.
zit toch, zet u neer.
ge zoudt genoegen vinden in
wat ik voor u doe. uit u, door u.
gij die mij woorden biedt.
ik verbind u met wat ik van
u verlang. zolang ge voedt, blijf ik
u spuwen.
ga terug naar wat niet was.
ik troost.
vind troost in dat wat ik hier doe.
doe niet slapen, niet vandaag.
verlaat niet. vul met alles wat
ge waart en praat.
ik hoor u in stilte praten.
waak over verleden en wat nog
komen moet, dat komt, om u.
uit u.
maandag 5 december 2011
it is wrong in all i do.
impatience lingers to be caught.
i cannot catch what is not mine
to borrow, dear. i cannot rhyme.
what you try to have, is heartless.
breaks other than you in two
lost pieces. smithereens of old,
sore fear.
i search in woods for you, i loose.
more than i can carry.
leaves and autumn branches hit
me on a blonde lost head.
i walk unwanted paths through
this what is called heart.
and echoes float, to nowhere
so it seems.
what seems close, is hard to see.
to tangle and carress. love lost.
as marbles, everlong.
and shoulders do not carry more
than they can stand. nor do
hands write less.
to be found, forsaken, in cold
long winternights, under covers
i shall lay. dreaming and
forgiven. for all that leaves a
mind like one i cannot name.
in scratches, i do wonder
what is
to be found.
impatience lingers to be caught.
i cannot catch what is not mine
to borrow, dear. i cannot rhyme.
what you try to have, is heartless.
breaks other than you in two
lost pieces. smithereens of old,
sore fear.
i search in woods for you, i loose.
more than i can carry.
leaves and autumn branches hit
me on a blonde lost head.
i walk unwanted paths through
this what is called heart.
and echoes float, to nowhere
so it seems.
what seems close, is hard to see.
to tangle and carress. love lost.
as marbles, everlong.
and shoulders do not carry more
than they can stand. nor do
hands write less.
to be found, forsaken, in cold
long winternights, under covers
i shall lay. dreaming and
forgiven. for all that leaves a
mind like one i cannot name.
in scratches, i do wonder
what is
to be found.
zondag 4 december 2011
ik schrijf mij
zot
om u
ge plaatst alles
wat stond
op losse schroeven
ik vind u
tegen mijn buik
gepast
gewelfd
en warm gevonden
terwijl ik tril
onder uw handen
laat maar
zitten
zijn en schrijven
lezen, eten
praten ook
laat
tegen elkaar
verdwijnen
door bomen
om armen
die nooit lossen
zullen nee
als avond
wegzakt
in mijn hoofd
doof mij
uit
en over
zie
en wees gerust
laat varen
de engte, angst
ik red wel
wat te redden valt
weinig
meer is nodig.
zot
om u
ge plaatst alles
wat stond
op losse schroeven
ik vind u
tegen mijn buik
gepast
gewelfd
en warm gevonden
terwijl ik tril
onder uw handen
laat maar
zitten
zijn en schrijven
lezen, eten
praten ook
laat
tegen elkaar
verdwijnen
door bomen
om armen
die nooit lossen
zullen nee
als avond
wegzakt
in mijn hoofd
doof mij
uit
en over
zie
en wees gerust
laat varen
de engte, angst
ik red wel
wat te redden valt
weinig
meer is nodig.
zondag 13 november 2011
let me leave you
to it
let it be
let it go
i swirl around you
haunt the woods in which
you hide
i try
and fail
to let go
often
remember these,
on rhythms
on dancing on
high heels
and knees
to never leave
i sustain
the warmth
at night
so
i remain
unbroken
remind
me how to loosen
up
get wrapped
around your
shoulders
i feel nor feet,
nor head
but heart
and fire
pounding
writing hand
and measures
of gigantic fears
how to catch
what didn't fall
i wonder
how to breathe
through
mists like those
i cannot name
i wander
hands out forward
and lead by light
i cannot see.
i wrap up in
scarves and you,
in fall,
in wait for
long cold winter
and i catch up
on rocks
i used to build
upon
i get lost
in what isn't
in hollow skies
and yet
i try
to pack it up
sort it
leave it
whilst i can't
woods move me,
as do words
and letters
yes
i seek
and look over
darkness,
as it falls
in tonight
oh have me
over
leave me
be but hands
to put them letters
down
to drown in
worlds away
i say
in cigarettes
and woods
you lay
to it
let it be
let it go
i swirl around you
haunt the woods in which
you hide
i try
and fail
to let go
often
remember these,
on rhythms
on dancing on
high heels
and knees
to never leave
i sustain
the warmth
at night
so
i remain
unbroken
remind
me how to loosen
up
get wrapped
around your
shoulders
i feel nor feet,
nor head
but heart
and fire
pounding
writing hand
and measures
of gigantic fears
how to catch
what didn't fall
i wonder
how to breathe
through
mists like those
i cannot name
i wander
hands out forward
and lead by light
i cannot see.
i wrap up in
scarves and you,
in fall,
in wait for
long cold winter
and i catch up
on rocks
i used to build
upon
i get lost
in what isn't
in hollow skies
and yet
i try
to pack it up
sort it
leave it
whilst i can't
woods move me,
as do words
and letters
yes
i seek
and look over
darkness,
as it falls
in tonight
oh have me
over
leave me
be but hands
to put them letters
down
to drown in
worlds away
i say
in cigarettes
and woods
you lay
zaterdag 12 november 2011
donderdag 3 november 2011
ik verdwaal zo
graag bij u. in u.
in wat ge vertelt.
ik dwaal mee.
ge neemt mij
in u op.
op dagen als deze
hoef ik niet meer
dan schrijven en
praten
zitten,
drinken,
zijn.
bij u zijn,
in u geloven
als uw ogen
zeggen wat ge doet.
ach.
ge woont
waar ik wil zijn.
tot rust
tot wind en grassen
hellen over
richting mij.
ziet ge 't als ik slaap,
net voor 't ogen sluiten,
met uw woorden in
mijn hoofd?
dat geloof ik,
daarin.
dicht tegen Holland
aangedrukt,
in oksels, onder
ellebogen
tegen borst en hart
het klopt.
graag bij u. in u.
in wat ge vertelt.
ik dwaal mee.
ge neemt mij
in u op.
op dagen als deze
hoef ik niet meer
dan schrijven en
praten
zitten,
drinken,
zijn.
bij u zijn,
in u geloven
als uw ogen
zeggen wat ge doet.
ach.
ge woont
waar ik wil zijn.
tot rust
tot wind en grassen
hellen over
richting mij.
ziet ge 't als ik slaap,
net voor 't ogen sluiten,
met uw woorden in
mijn hoofd?
dat geloof ik,
daarin.
dicht tegen Holland
aangedrukt,
in oksels, onder
ellebogen
tegen borst en hart
het klopt.
dinsdag 1 november 2011
maandag 3 oktober 2011
donderdag 22 september 2011
dinsdag 30 augustus 2011
trek mij tegen u, en neem mij mee.
zeg ik.
in verlegen lachen, in al wat ik
niet ben en gij ook nooit zult worden.
daarin vind ik u.
ge staat en speelt alsof uw leven
van u afhangt, van wat ge
zegt en doet. ge hebt verhalen.
ik verlies ze. ze ontglippen mij.
ge kunt alles -àlles!- zijn.
spelen, als zovelen. als wie
in u woont. ge huist van één
naar ander. gesmeerd.
verdwaald. op sterk en onzeker
wedt ge, tegelijk en zodoende kunt
ge winnen.
ziet ge,
ge ziet niet, nee.
hoe er verstuwd wordt onder
uw ogen. weggestoken.
ik geef niet toe. voor eeuwig niet.
ik steek de plas niet over.
lijn tussen u en mij, och zeg.
wie zegt mij hoe het moet, gij?
ge hebt niet eens.
ge twijfelt, uw klein hart laat het
niet toe.
ge plooit u, voor aandacht.
we kijken omhoog.
doe mij slapen. tegen u, ja.
en morgen moogt ge weer vergeten.
nee, vergeet niet.
ga uit de weg, ik zou niet weten
waar u te leggen.
uw plaats is genomen. klein moogt ge
blijven.
als ge zingt, tenminste.
dan stop ik u
in doosjes,
drie,
één voor elk wie ge lijkt
te kunnen wezen.
voor wie ge zou kunnen
hebben, is geen plaats.
ik schop u wakker, hier, niet nu.
verscheep u naar onderaan
het rijtje.
zuig u binnen
langs mijn ogen, soms,
als niemand kijkt.
en slechts één noot
is de mijne,
de hoogste.
zeg ik.
in verlegen lachen, in al wat ik
niet ben en gij ook nooit zult worden.
daarin vind ik u.
ge staat en speelt alsof uw leven
van u afhangt, van wat ge
zegt en doet. ge hebt verhalen.
ik verlies ze. ze ontglippen mij.
ge kunt alles -àlles!- zijn.
spelen, als zovelen. als wie
in u woont. ge huist van één
naar ander. gesmeerd.
verdwaald. op sterk en onzeker
wedt ge, tegelijk en zodoende kunt
ge winnen.
ziet ge,
ge ziet niet, nee.
hoe er verstuwd wordt onder
uw ogen. weggestoken.
ik geef niet toe. voor eeuwig niet.
ik steek de plas niet over.
lijn tussen u en mij, och zeg.
wie zegt mij hoe het moet, gij?
ge hebt niet eens.
ge twijfelt, uw klein hart laat het
niet toe.
ge plooit u, voor aandacht.
we kijken omhoog.
doe mij slapen. tegen u, ja.
en morgen moogt ge weer vergeten.
nee, vergeet niet.
ga uit de weg, ik zou niet weten
waar u te leggen.
uw plaats is genomen. klein moogt ge
blijven.
als ge zingt, tenminste.
dan stop ik u
in doosjes,
drie,
één voor elk wie ge lijkt
te kunnen wezen.
voor wie ge zou kunnen
hebben, is geen plaats.
ik schop u wakker, hier, niet nu.
verscheep u naar onderaan
het rijtje.
zuig u binnen
langs mijn ogen, soms,
als niemand kijkt.
en slechts één noot
is de mijne,
de hoogste.
dinsdag 2 augustus 2011
ik zie u
naast mij liggen,
dan,
ge lacht.
ge slaapt haast.
en kille, volle
zomerlucht
jaagt mijn hart
omhoog.
wil ik warm
tegen u
aan, zelfs nu,
verdwijnen
in verhalen
in wat het mijne
is,
van u.
ge praat niet,
ik hoor u niet.
ge fluistert
en ik wil
naar u toe
ik wil
u zien.
ge zit ver weg
te roken.
ik doe mijn ogen
toe en
ruik u,
zie u drinken
valse ware
lach op uw
oeverloos vermoeid
gezicht.
ge hoort mij
niet
en wilt niet
wensen
wilt niet
willen,
niet vandaag
lees uw blad af,
sluit uw
ogen,
doe uw ogen
dicht dan
slaap.
naast mij liggen,
dan,
ge lacht.
ge slaapt haast.
en kille, volle
zomerlucht
jaagt mijn hart
omhoog.
wil ik warm
tegen u
aan, zelfs nu,
verdwijnen
in verhalen
in wat het mijne
is,
van u.
ge praat niet,
ik hoor u niet.
ge fluistert
en ik wil
naar u toe
ik wil
u zien.
ge zit ver weg
te roken.
ik doe mijn ogen
toe en
ruik u,
zie u drinken
valse ware
lach op uw
oeverloos vermoeid
gezicht.
ge hoort mij
niet
en wilt niet
wensen
wilt niet
willen,
niet vandaag
lees uw blad af,
sluit uw
ogen,
doe uw ogen
dicht dan
slaap.
woensdag 27 juli 2011
zaterdag 16 juli 2011
doe ik
steeds en weer
opnieuw hetzelfde :
beklemmen
ik drijf u in
hoeken
waaruit niet te
vluchten valt.
ik val
voor ú
gruwelijk gretig
lijk ik
te worden
als ge iets uit
uzelf
te lang uitstrekt
naar mij
sigaretten als
vingers als
armen
omarmen,
omringen
dat hart weer
van mij
het staat
weer op springen
te springen
als dansen
in die Woeste Wei.
ach nee
gij
die niet weet
en probeert te vergeten
zo'n fouten te maken
zo'n manieren verleren,
vooral dat verleren,
dat wérkt niet voor u.
ge speelt
en pakt in,
met woelige strikken
wollige woorden
als dekens rond mij.
leg mijn hoofd nu
te rusten,
ik kan u niet kussen,
kan u wel koesteren
en vergeet hoe ge zei
dat gij niet zou blijven,
niet staan om te kijken
hoe wat zich
ontwikkelt,
zich ontrolt en
ontplooit
-het ligt aan uw
voeten-
het brandt zoals
nooit
voorheen, och
lang geleen,
hart verpand-
verkeerde man
ik hoor me
nog te biechten gaan
hm, met u,
en warm naast u,
met u in mijn hoofd
begin ik liefst
van voor af
aan.
steeds en weer
opnieuw hetzelfde :
beklemmen
ik drijf u in
hoeken
waaruit niet te
vluchten valt.
ik val
voor ú
gruwelijk gretig
lijk ik
te worden
als ge iets uit
uzelf
te lang uitstrekt
naar mij
sigaretten als
vingers als
armen
omarmen,
omringen
dat hart weer
van mij
het staat
weer op springen
te springen
als dansen
in die Woeste Wei.
ach nee
gij
die niet weet
en probeert te vergeten
zo'n fouten te maken
zo'n manieren verleren,
vooral dat verleren,
dat wérkt niet voor u.
ge speelt
en pakt in,
met woelige strikken
wollige woorden
als dekens rond mij.
leg mijn hoofd nu
te rusten,
ik kan u niet kussen,
kan u wel koesteren
en vergeet hoe ge zei
dat gij niet zou blijven,
niet staan om te kijken
hoe wat zich
ontwikkelt,
zich ontrolt en
ontplooit
-het ligt aan uw
voeten-
het brandt zoals
nooit
voorheen, och
lang geleen,
hart verpand-
verkeerde man
ik hoor me
nog te biechten gaan
hm, met u,
en warm naast u,
met u in mijn hoofd
begin ik liefst
van voor af
aan.
zondag 10 juli 2011
zou ik gewoon
een beetje
zacht tegen u aan
mogen leunen,
af en toe,
zoals in nu
en buiten zitten
kort geshort
onder lange lijnen
vol lakens,
ze wapperen
ze zijn
zoals wij
leg uw arm om
mij;
rook, luchtig,
laat mij u ruiken
liefst
doe ik mijn ogen toe
hebt ge 't gelezen?
hoe ge plooit over mij
staat er niet-
ik ruik de zomer
wat nú is,
voorbij
ik voel u kussen
op mijn schouder,
ge strijkt krullen uit
mijn nek
met uw nieuwe handen.
ge doet het
niet
om mij
en ach
zoals het zij,
ik geef wel
vergeet wel
wil nieuwe flessen
vullen.
een beetje
zacht tegen u aan
mogen leunen,
af en toe,
zoals in nu
en buiten zitten
kort geshort
onder lange lijnen
vol lakens,
ze wapperen
ze zijn
zoals wij
leg uw arm om
mij;
rook, luchtig,
laat mij u ruiken
liefst
doe ik mijn ogen toe
hebt ge 't gelezen?
hoe ge plooit over mij
staat er niet-
ik ruik de zomer
wat nú is,
voorbij
ik voel u kussen
op mijn schouder,
ge strijkt krullen uit
mijn nek
met uw nieuwe handen.
ge doet het
niet
om mij
en ach
zoals het zij,
ik geef wel
vergeet wel
wil nieuwe flessen
vullen.
woensdag 8 juni 2011
geef je
ziel toch niet
aan mij,
zeg jij
en ik geloof je
begin je
haast te vergeten ook.
ik wacht niet eens
op verschijnen
op roken, drinken
ook
ik lieg
en leg jou nog even
te midden van mij.
tussen armen die plooien
omheen
wat ik dacht
dat bestond
en ik streef ernaar
en zweef ernaar
dat, over jaren,
als jouw naam wordt
genoemd,
het licht niet meer
knippert
in mij.
ziel toch niet
aan mij,
zeg jij
en ik geloof je
begin je
haast te vergeten ook.
ik wacht niet eens
op verschijnen
op roken, drinken
ook
ik lieg
en leg jou nog even
te midden van mij.
tussen armen die plooien
omheen
wat ik dacht
dat bestond
en ik streef ernaar
en zweef ernaar
dat, over jaren,
als jouw naam wordt
genoemd,
het licht niet meer
knippert
in mij.
ja natúúrlijk
mis ik jou
in alles wat ik doe
hoe
ik jou met me meedroeg,
langsheen, over en voorbij.
zelfs dat is het nog niet.
het gaapt.
afgrond, leegte.
je ligt niet langer
voluit
voor mijn voeten, nee.
ik struikel niet,
stap langzaam aan
over jou heen.
en toch,
steeds weer die
binnenkant
waarin ik zo blijf
schrapen.
mis ik jou
in alles wat ik doe
hoe
ik jou met me meedroeg,
langsheen, over en voorbij.
zelfs dat is het nog niet.
het gaapt.
afgrond, leegte.
je ligt niet langer
voluit
voor mijn voeten, nee.
ik struikel niet,
stap langzaam aan
over jou heen.
en toch,
steeds weer die
binnenkant
waarin ik zo blijf
schrapen.
zondag 8 mei 2011
in an all surrounding
silence
-except some footsteps
down below-
i lay my head
and read and sit
and write in an
everlasting flow
would you remember
me then, dear?
as you lift your head
to stars
blow smoke away
and stroke your hair,
as you lay back
and look for Mars
oh
as ever,
i see you,
as you laugh towards me,
in words you get lost,
you're more of a writer
i see
for ever
and all i could leave
it behind,
the writing, the stories
and more
thus
for the proper and
decent state of mind
i can't but
return to this Shore.
silence
-except some footsteps
down below-
i lay my head
and read and sit
and write in an
everlasting flow
would you remember
me then, dear?
as you lift your head
to stars
blow smoke away
and stroke your hair,
as you lay back
and look for Mars
oh
as ever,
i see you,
as you laugh towards me,
in words you get lost,
you're more of a writer
i see
for ever
and all i could leave
it behind,
the writing, the stories
and more
thus
for the proper and
decent state of mind
i can't but
return to this Shore.
vrijdag 8 april 2011
zondag 3 april 2011
dinsdag 15 maart 2011
weet je, soms, lief, lig ik naast jou.
stiekem.
mijn hand over jouw borst, ik slaap niet.
jij ademt, droomt ook af en toe.
je bent niet
eens
bij mij.
ik sper mijn ogen open, luister
naar wat nacht is. trein, wind,
zuchten.
armen onder lakens die bewegen,
links rechts. dat rustgevende ruisen.
jouw mond maakt flauwe krullen,
zacht en stil omhoog.
dan draai je weg, verlegt je.
mijn hand blijft ergens achter, de vingers
wegen zwaar, alsof ze niet de mijne zijn.
ik verzink in de dikte
van het matras. je plooit een arm omheen
jezelf en raakt daarbij mijn
naakte buik.
je zou me kunnen strelen, nu. als je niet
slapen zou.
met grote ogen zoek ik plekken die
ik nooit eerder heb gezien, bezien,
bekeken van dichtbij.
zoals steeds kleven haren in een krul
in jouw nek. je voelt niet hoe ik lig te kijken en
zucht. je ademt dieper, zakt ook weg, tegen
mij aan.
je houdt wel van die warmte die lijven kunnen
geven, liefst nog aan elkaar.
lief, je ruikt naar jou.
ik druk mijn neus tussen de krullen die jouw nek
voor mij bedekken. sluit mijn ogen even,
toe.
ik durf je verder niet te raken.
zo ben je.
zonder ruisen of geluid rol ik langzaam
op mijn rug, één arm leg ik vanboven.
hoog en boven 't hoofd gevouwen, boven
lakens, boven 't hart.
we raken elkaar niet.
's ochtends zou je mij weer vragen of
ik écht goed heb geslapen, want mijn ogen zijn
weer kiertjes waardoor ik jou nog steeds kan zien.
tuurlijk, zeg ik. niks zo heerlijk dan
zacht tegen jou aan
en, zonder schapen tellen,
dromen.
dromen ook.
stiekem.
mijn hand over jouw borst, ik slaap niet.
jij ademt, droomt ook af en toe.
je bent niet
eens
bij mij.
ik sper mijn ogen open, luister
naar wat nacht is. trein, wind,
zuchten.
armen onder lakens die bewegen,
links rechts. dat rustgevende ruisen.
jouw mond maakt flauwe krullen,
zacht en stil omhoog.
dan draai je weg, verlegt je.
mijn hand blijft ergens achter, de vingers
wegen zwaar, alsof ze niet de mijne zijn.
ik verzink in de dikte
van het matras. je plooit een arm omheen
jezelf en raakt daarbij mijn
naakte buik.
je zou me kunnen strelen, nu. als je niet
slapen zou.
met grote ogen zoek ik plekken die
ik nooit eerder heb gezien, bezien,
bekeken van dichtbij.
zoals steeds kleven haren in een krul
in jouw nek. je voelt niet hoe ik lig te kijken en
zucht. je ademt dieper, zakt ook weg, tegen
mij aan.
je houdt wel van die warmte die lijven kunnen
geven, liefst nog aan elkaar.
lief, je ruikt naar jou.
ik druk mijn neus tussen de krullen die jouw nek
voor mij bedekken. sluit mijn ogen even,
toe.
ik durf je verder niet te raken.
zo ben je.
zonder ruisen of geluid rol ik langzaam
op mijn rug, één arm leg ik vanboven.
hoog en boven 't hoofd gevouwen, boven
lakens, boven 't hart.
we raken elkaar niet.
's ochtends zou je mij weer vragen of
ik écht goed heb geslapen, want mijn ogen zijn
weer kiertjes waardoor ik jou nog steeds kan zien.
tuurlijk, zeg ik. niks zo heerlijk dan
zacht tegen jou aan
en, zonder schapen tellen,
dromen.
dromen ook.
zaterdag 5 maart 2011
eind
lief,
dit doe ik nu, schrijven om u.
zo, om niemand dicht, slechts ver, nog steeds.
dat doe ik met u, gebruiken. om eigen profijt, om ademen,
om kunnen ademen. blijven. zitten.
horen, zien, mijn lief.
hoog tijd om u te zien als ú. spelend.
dansend ook. ik wil u laten
lezen. veel. alles.
elke dunne letter. punt en wat er
staat, is waar, zo waar.
zowaar om u. ik wil vertellen.
ver weg zijn en vertellen. reizen
zonder u, met u onder mijn
vleugels, in mijn hoofd.
hoe het zit. zo en zacht en slapen,
niet vannacht, niet nu.
slechts waken. slechts dat.
ik zie u, wil u vinden.
nogmaals en weer gauw.
dit doe ik nu, schrijven om u.
zo, om niemand dicht, slechts ver, nog steeds.
dat doe ik met u, gebruiken. om eigen profijt, om ademen,
om kunnen ademen. blijven. zitten.
horen, zien, mijn lief.
hoog tijd om u te zien als ú. spelend.
dansend ook. ik wil u laten
lezen. veel. alles.
elke dunne letter. punt en wat er
staat, is waar, zo waar.
zowaar om u. ik wil vertellen.
ver weg zijn en vertellen. reizen
zonder u, met u onder mijn
vleugels, in mijn hoofd.
hoe het zit. zo en zacht en slapen,
niet vannacht, niet nu.
slechts waken. slechts dat.
ik zie u, wil u vinden.
nogmaals en weer gauw.
zondag 6 februari 2011
amper hebt gij vrouwen nodig, die hun armen rond u slaan, u rijkelijk begeesteren.
zij die voeden, zij die zijn, die uw zijn aanmoedigen.
u bergen en verschuilen, onder lakens, in mijn hart.
ziet gij een zomeravond, kind op trap met bloem in 't hand, op een afstand blijft ze staan, al lachend.
ziet uzelf daar zitten lezen, ge had het weer verleerd. schep woorden in uw hoofd en slechts bewonder dàt aan zij die u van ver aanschouwen.
slaap niet, zie, de nacht staat stil en nooit gaat dit voorbij, de vlakte.
loom en op van liefde.
verlopen en haast uit.
zij die voeden, zij die zijn, die uw zijn aanmoedigen.
u bergen en verschuilen, onder lakens, in mijn hart.
ziet gij een zomeravond, kind op trap met bloem in 't hand, op een afstand blijft ze staan, al lachend.
ziet uzelf daar zitten lezen, ge had het weer verleerd. schep woorden in uw hoofd en slechts bewonder dàt aan zij die u van ver aanschouwen.
slaap niet, zie, de nacht staat stil en nooit gaat dit voorbij, de vlakte.
loom en op van liefde.
verlopen en haast uit.
dinsdag 11 januari 2011
heb ik verleerd
voor u te
schrijven, schreien
vent
om u
het voedt niet meer
en vloeit niet langer
niet
en leeg, zo leeg in mij
ik kan enkel slapen
zie u niet
in muts
en warmte
die gij zo voor mij zijt
waart
ik praat niet meer
met u
heb u niks te zeggen
van waarde,
liefde
leemte
niet
wil enkel schuilen
in wat was
wat me warmde
lang geleen.
voor u te
schrijven, schreien
vent
om u
het voedt niet meer
en vloeit niet langer
niet
en leeg, zo leeg in mij
ik kan enkel slapen
zie u niet
in muts
en warmte
die gij zo voor mij zijt
waart
ik praat niet meer
met u
heb u niks te zeggen
van waarde,
liefde
leemte
niet
wil enkel schuilen
in wat was
wat me warmde
lang geleen.
Abonneren op:
Posts (Atom)