dinsdag 30 augustus 2011

trek mij tegen u, en neem mij mee.
zeg ik.
in verlegen lachen, in al wat ik
niet ben en gij ook nooit zult worden.
daarin vind ik u.
ge staat en speelt alsof uw leven
van u afhangt, van wat ge
zegt en doet. ge hebt verhalen.
ik verlies ze. ze ontglippen mij.

ge kunt alles -àlles!- zijn.
spelen, als zovelen. als wie
in u woont. ge huist van één
naar ander. gesmeerd.
verdwaald. op sterk en onzeker
wedt ge, tegelijk en zodoende kunt
ge winnen.

ziet ge,
ge ziet niet, nee.
hoe er verstuwd wordt onder
uw ogen. weggestoken.
ik geef niet toe. voor eeuwig niet.
ik steek de plas niet over.
lijn tussen u en mij, och zeg.
wie zegt mij hoe het moet, gij?

ge hebt niet eens.
ge twijfelt, uw klein hart laat het
niet toe.

ge plooit u, voor aandacht.
we kijken omhoog.

doe mij slapen. tegen u, ja.
en morgen moogt ge weer vergeten.

nee, vergeet niet.
ga uit de weg, ik zou niet weten
waar u te leggen.
uw plaats is genomen. klein moogt ge
blijven.
als ge zingt, tenminste.

dan stop ik u
in doosjes,
drie,
één voor elk wie ge lijkt
te kunnen wezen.

voor wie ge zou kunnen
hebben, is geen plaats.

ik schop u wakker, hier, niet nu.
verscheep u naar onderaan
het rijtje.

zuig u binnen
langs mijn ogen, soms,
als niemand kijkt.
en slechts één noot
is de mijne,
de hoogste.

Geen opmerkingen: