woensdag 27 juli 2011

nee
het ligt niet
het wacht

doven
en vergeten

zie
niet
nee

en sluit uw
ogen

kleiner
wordt gij
verder

in amper
in vouwen
in 't hoofd

want zwijgen
slaat aan
somtijds

zaterdag 16 juli 2011

doe ik
steeds en weer
opnieuw hetzelfde :

beklemmen

ik drijf u in
hoeken
waaruit niet te
vluchten valt.

ik val
voor ú

gruwelijk gretig
lijk ik
te worden

als ge iets uit
uzelf
te lang uitstrekt
naar mij

sigaretten als
vingers als
armen
omarmen,
omringen
dat hart weer
van mij

het staat
weer op springen
te springen
als dansen
in die Woeste Wei.

ach nee
gij

die niet weet
en probeert te vergeten
zo'n fouten te maken
zo'n manieren verleren,
vooral dat verleren,
dat wérkt niet voor u.

ge speelt
en pakt in,
met woelige strikken
wollige woorden
als dekens rond mij.

leg mijn hoofd nu
te rusten,
ik kan u niet kussen,
kan u wel koesteren
en vergeet hoe ge zei
dat gij niet zou blijven,
niet staan om te kijken

hoe wat zich
ontwikkelt,
zich ontrolt en
ontplooit

-het ligt aan uw
voeten-

het brandt zoals
nooit

voorheen, och
lang geleen,
hart verpand-
verkeerde man

ik hoor me
nog te biechten gaan

hm, met u,
en warm naast u,
met u in mijn hoofd

begin ik liefst
van voor af
aan.

zondag 10 juli 2011

zou ik gewoon
een beetje
zacht tegen u aan

mogen leunen,
af en toe,
zoals in nu

en buiten zitten
kort geshort
onder lange lijnen
vol lakens,
ze wapperen
ze zijn

zoals wij

leg uw arm om
mij;
rook, luchtig,
laat mij u ruiken
liefst
doe ik mijn ogen toe

hebt ge 't gelezen?
hoe ge plooit over mij
staat er niet-

ik ruik de zomer
wat nú is,
voorbij

ik voel u kussen
op mijn schouder,
ge strijkt krullen uit
mijn nek
met uw nieuwe handen.

ge doet het
niet
om mij
en ach

zoals het zij,
ik geef wel
vergeet wel

wil nieuwe flessen
vullen.