dinsdag 3 november 2009

mijn liever lief,

ik kan niet slapen met wat ik weet dat komen gaat. zwalpen tussen droom en daad.
vertwijfeling, nog steeds.
niets en nauwelijks iets kan maken dat mijn hoofd ooit zal gewagen van vervagen van een droom. de kleinemeisjesdroom in mij. in herfst wil ze vaak groeien, onderwerpt zich aan het tij van komen en van gaan, het liefst van al van komen.

dan is ze daar, zo plots in stilte, wie niet ziet, wordt niet gewaar en blijft weer eeuwig hopen.

oh lief.
omarmen, zo met open armen,
gehuld in zachte glimlach.
en hoe het tij toch weer zal keren, niemand zal me kunnen leren hoe ik me ploeterend moet verweren tegen onbereikbaarheid van jou.

wat ik nu doe, doe jij niet langer. geldt dat ook voor enig anders?
enig ander
slaapt naast jou en doet 's ochtends
ogen open, kijkt verwonderd

als je lacht
en dekens slaat
zomaar achteruit.

ramen open
zonlicht binnen
zee en zee is
twee

is zo
is zand
is hullen in een scherpe lucht
zee ruikt als geen ander.

laat me passie
preken
zeker als geeneen
kan horen
kan voelen
hoe de avond loopt

op kousevoeten
weg.

en lief,
mijn lief
mijn heerlijk lief

mijn verre lief
en zeg

dat het anders
ooit wel anders
zacht
zal kunnen zijn

tot zover verblijf ik, liefste,
in het beddeke mijn.