well my dear
well smoke
my dear
i fall
for all
in that
drink and think
and talk and sing
and whisper me
to bed
have arms
around me
warm
surround me,
my dear,
let's have a chat
about why fire
warm wild fire
lingers in my vanes
like this
makes me wonder
somehow wonder
how fire is a bliss.
maandag 26 oktober 2009
meisjes bij verstande
mijn lief, weet je
weet je
hoe het is
jou met me mee
te slepen
vuur dat gloeit in mij
altijd
brandt achter mijn ogen
hou ik zo
van warme vlammen
als ik zie roken
drinken ook,
omarmen
en dansen!
plots, niet vaak,
mag het ontwaken
't vuur dat brandt
in mij
vlammen in mijn hart
slaan zulke diepe wonden
verbranden meisjes
bij verstande
laat zottinnen in hen los
en toch
mijn lief
blijf ik omarmen
zwart van oud en
heerlijk roet
denk ik slapend
zo in stilte:
'net zoals het moet!'
weet je
hoe het is
jou met me mee
te slepen
vuur dat gloeit in mij
altijd
brandt achter mijn ogen
hou ik zo
van warme vlammen
als ik zie roken
drinken ook,
omarmen
en dansen!
plots, niet vaak,
mag het ontwaken
't vuur dat brandt
in mij
vlammen in mijn hart
slaan zulke diepe wonden
verbranden meisjes
bij verstande
laat zottinnen in hen los
en toch
mijn lief
blijf ik omarmen
zwart van oud en
heerlijk roet
denk ik slapend
zo in stilte:
'net zoals het moet!'
donderdag 8 oktober 2009
warme zomerdagen sluimeren
over het lange gras.
ik zie mijn zusje, hoe ze ligt.
boven mij, de maan. en ver, een
lied, een tingeling-lied van
pling en plong.
muziekdoosgewijs.
ik sta in de tuin. de warme poes
komt op mij af. het gras,
het is een leven lang.
miauw, mijn lief mijn poezelief.
ik aai en giet dan verder planten.
met lange laarzen aan en mijn
flinterste japonnetje.
mijn moeder zie ik dromen, net
zoals ze 't wou.
lieve-vrouwe-bedstro oh.
oh zo is het weer zomer, zonder
mij, nooit, onder mij een beestje.
lievebeestje in het gras.
en alles is toch anders als
kindjes kleiner zijn, met een
oranje gietertje.
witte bloem.
ploem ploem.
sluiksgewijs en ademloos, de
avond is van mij, de wereld.
ik zie tomaten groeien, lavendel
van het felste soort.
en munt ruikt zacht, zo naast
mijn neus. in slaap, op bed,
mooi neergezet.
de ogen toegedaan.
pling pling tingeling pling pling.
over het lange gras.
ik zie mijn zusje, hoe ze ligt.
boven mij, de maan. en ver, een
lied, een tingeling-lied van
pling en plong.
muziekdoosgewijs.
ik sta in de tuin. de warme poes
komt op mij af. het gras,
het is een leven lang.
miauw, mijn lief mijn poezelief.
ik aai en giet dan verder planten.
met lange laarzen aan en mijn
flinterste japonnetje.
mijn moeder zie ik dromen, net
zoals ze 't wou.
lieve-vrouwe-bedstro oh.
oh zo is het weer zomer, zonder
mij, nooit, onder mij een beestje.
lievebeestje in het gras.
en alles is toch anders als
kindjes kleiner zijn, met een
oranje gietertje.
witte bloem.
ploem ploem.
sluiksgewijs en ademloos, de
avond is van mij, de wereld.
ik zie tomaten groeien, lavendel
van het felste soort.
en munt ruikt zacht, zo naast
mijn neus. in slaap, op bed,
mooi neergezet.
de ogen toegedaan.
pling pling tingeling pling pling.
Abonneren op:
Posts (Atom)