hoe wil ik u en zelfs nog meer, de luchten worden grijzer. ál, nu al.
het is niet eens augustus.
ik maak mijn bed voor u, ge zijt ver weg. en ik zit u zo te missen.
het ruikt al naar bladeren buiten, vocht stijgt op uit zomergrond. die zal weer gaan kleuren, gauw, bruinrood.
ach, ik zoek zo naar een rust die zelfs gij niet bieden kunt, ik drentel heen en weer tussen hoofd en hart. ik slijt een vluchtweg uit. zig zag door mijn hals, langs binnen.
het stormt in mij, alweer. ik blijf steeds flauw analyseren, wikken, wegen, woorden meten.
nog en nog en nog.
ach gij en zit bij mij, kom mijn wild hart bergen, tussen bruine warme handen. sla u rond mij, mijn lief. ik aarzel ; weet niet meer waarheen dit gaat. ik kom nooit op adem.
zonder u.
ik zie de zee en zie een zee van tijd, de heerlijkheid. ik stapel boeken rond mijn bed. kan dagen liggen lezen met u naast mij, met u erbij.
ge moogt het mij zelfs vragen: of ik wil lezen wat ik lees, hardop en echt gezegd?
als uw hoofd rust in mijn schoot, uw ogen méér dan toe, ge slaapt.
ge hebt uw oor tegen mijn buik en hoort het binnen bonzen.
mijn hart, mijn hart, mijn hart, mijn hart.
het slaat zo snel met u bij mij. ik aai over uw wangen. ze prikken.
zo en schoon ligt gij en droomt bij mij. terwijl ik voor u lees. ge hoort de klanken zoemen. ge hoort mijn hand over papier als ik het blad omsla. en slaap en rust op mij, mijn vent, mijn hand ligt op uw borst.
ik leg het boek naast mij en zucht en doe ook mijn ogen toe.
woensdag 28 juli 2010
zondag 18 juli 2010
lief mijn vent,
ik weet het wel, en toch wint mijn
hart. ik hou van u, ik heb u graag, dicht
bij mij, apart.
en ieder een die ik toch spreek,
van mijn liefde, voor u, vent, ze zien
het niet, hoe ik u zie.
geeneen die mij kent.
vol van u, zo vol van u, van alles
wat ge zijt. ogen, hart en handen, lief,
uw lijf hier dicht bij mij.
ik zie het niet, ik wil niet zien, hoe
zij u zien, oh nee.
ze zien u anders, oh zo anders.
mijn lief, vent, neem me mee.
geen woorden kunnen ooit omschrijven
wat ge doet met mijn klein hart.
het gaat mijn verstand te boven,
't is mijn hoofd dat ge verwart.
ik heb u mijn binnenste, ik hou
u dicht bij mij. kan u toch zo niet
laten gaan, daarbuiten.
er is maar één, en dat zijt gij.
hoe ik u zo zou willen, vent,
in mijn armen, in mijn bed.
u troosten als ge donker zijt,
er zijn als wie u redt.
't is dat wat ik wil, het bijeen rapen
van uw zo schabouwelijk hart.
de scherven van u samenvegen,
u verlossen van wat u tart.
ge zijt geeneens wat ik u
vormde, van ver noch van dichtbij.
ik heb u van dicht bekeken,
ge staat zo ver van u, van mij.
ik wil u in mijn armen houwen,
als ge thuiskomt van uw spel.
u vragen hoe het was vanavond,
oh mijn lief, ge weet het wel.
ik heb u in mijn hart gehouwen,
er is plaats voor niemand meer.
niemand kan uw plaats
volstouwen ; het doet mijn hert maar
enkel zeer.
och vent gij lief, ik geef mij over aan
uw dansen, uw gewals
ik zal in uw ogen kijken en vertellen,
enkel als
ge belooft voor u te houden,
wat ik zeg en wat ik schrei.
mijn hart behoort slechts u nog toe.
ge woont nog steeds in mij.
dagen zou ik kunnen schrijven,
over hoe en wat en zeg
dat g'ontroert zijt door de letters
die ik van mij schrijf, zó weg
uit mijn hoofd en uit mijn leden,
ik beschouw u als kortbij.
ge hoeft nog maar één stap te zetten,
vlei uw hoofd in schoot en zij
zal uit uw gedachten vlieden,
ze bestaat niet meer, nooit meer
ik kan u naar veel verder leiden,
't is al dat dat ik u leer.
mijn vent,
ik heb mijn ogen open, ookal zegt
ieder van niet.
ik kan slechts denken aan de
leemte die gij vult met een
schoon lied.
heelder nachten kan ik pennen
over wat ge doet met mij
over hoe uw vingers dansen,
daarmee maakt ge mij zo blij.
't is hoe het is, het is niet anders
ge vult mij met zoveel
niemand die het ziet, doch, liefste
geeneen met wie ik deel.
ze verstààn niet wat ge doet
met mij. hoe ge danst door hart en haar
ze vertellen hoe ze ù zien, liefste,
wat ze zeggen, is niet waar.
ik zie u dicht bij mij
en schud de tranen in
mijn hoofd,
ze klotsen, hoog, weer naar beneden
en geneen die mij gelooft.
hoe ge mij weer hebt geschapen
wie ik ben en wie ik was
ge maakt mij zoveel beter, liefste,
ik wou dat ik de uwe was.
ik weet het wel, en toch wint mijn
hart. ik hou van u, ik heb u graag, dicht
bij mij, apart.
en ieder een die ik toch spreek,
van mijn liefde, voor u, vent, ze zien
het niet, hoe ik u zie.
geeneen die mij kent.
vol van u, zo vol van u, van alles
wat ge zijt. ogen, hart en handen, lief,
uw lijf hier dicht bij mij.
ik zie het niet, ik wil niet zien, hoe
zij u zien, oh nee.
ze zien u anders, oh zo anders.
mijn lief, vent, neem me mee.
geen woorden kunnen ooit omschrijven
wat ge doet met mijn klein hart.
het gaat mijn verstand te boven,
't is mijn hoofd dat ge verwart.
ik heb u mijn binnenste, ik hou
u dicht bij mij. kan u toch zo niet
laten gaan, daarbuiten.
er is maar één, en dat zijt gij.
hoe ik u zo zou willen, vent,
in mijn armen, in mijn bed.
u troosten als ge donker zijt,
er zijn als wie u redt.
't is dat wat ik wil, het bijeen rapen
van uw zo schabouwelijk hart.
de scherven van u samenvegen,
u verlossen van wat u tart.
ge zijt geeneens wat ik u
vormde, van ver noch van dichtbij.
ik heb u van dicht bekeken,
ge staat zo ver van u, van mij.
ik wil u in mijn armen houwen,
als ge thuiskomt van uw spel.
u vragen hoe het was vanavond,
oh mijn lief, ge weet het wel.
ik heb u in mijn hart gehouwen,
er is plaats voor niemand meer.
niemand kan uw plaats
volstouwen ; het doet mijn hert maar
enkel zeer.
och vent gij lief, ik geef mij over aan
uw dansen, uw gewals
ik zal in uw ogen kijken en vertellen,
enkel als
ge belooft voor u te houden,
wat ik zeg en wat ik schrei.
mijn hart behoort slechts u nog toe.
ge woont nog steeds in mij.
dagen zou ik kunnen schrijven,
over hoe en wat en zeg
dat g'ontroert zijt door de letters
die ik van mij schrijf, zó weg
uit mijn hoofd en uit mijn leden,
ik beschouw u als kortbij.
ge hoeft nog maar één stap te zetten,
vlei uw hoofd in schoot en zij
zal uit uw gedachten vlieden,
ze bestaat niet meer, nooit meer
ik kan u naar veel verder leiden,
't is al dat dat ik u leer.
mijn vent,
ik heb mijn ogen open, ookal zegt
ieder van niet.
ik kan slechts denken aan de
leemte die gij vult met een
schoon lied.
heelder nachten kan ik pennen
over wat ge doet met mij
over hoe uw vingers dansen,
daarmee maakt ge mij zo blij.
't is hoe het is, het is niet anders
ge vult mij met zoveel
niemand die het ziet, doch, liefste
geeneen met wie ik deel.
ze verstààn niet wat ge doet
met mij. hoe ge danst door hart en haar
ze vertellen hoe ze ù zien, liefste,
wat ze zeggen, is niet waar.
ik zie u dicht bij mij
en schud de tranen in
mijn hoofd,
ze klotsen, hoog, weer naar beneden
en geneen die mij gelooft.
hoe ge mij weer hebt geschapen
wie ik ben en wie ik was
ge maakt mij zoveel beter, liefste,
ik wou dat ik de uwe was.
zee - Charlestown
lief och vent
en neem mij mee
naar schone volle verre zee
we slapen
onder oude lakens
kleven van zand en zweet
ik zag u lachen
zitten
lezen
zelfs
en tussendoor
een glimlach op uw lippen
ge rook naar u,
mijn vent,
ge zijt uzelf
streek een hand door
haar
en hart,
mijn hart
behoort tot u
met voeten
in de volle zee
ik wuif naar u
niet echt
maar zie u
daar zo zitten
we gaan,
laten water over
lijven lopen
in kamers
zo warm
de lucht is
veel te zwaar
we liggen
uw rug raakt
mijn blote buik
ik hou u
leg een arm
over uw schouder
en blaas lucht
tegen uw oor
oh lief,
uw haren waaien
keer u om
en kijk en zie mij
ge drukt een kus
op mijn gezicht
ik brand
proef zout en
knarsend zand
tussen mijn tanden
als ik mijn neus
in haren duw
ik wil u
zo
bij mij
ik zie uw vingers
dansen
met het laken,
op en neer
ge probeert het
koel te maken
ik schuif dichter,
vol van u,
leg u dicht bij mij
oh gij
laat uw handen
strelen
op mijn zoute, warme lijf
ik druk mijn lippen
op uw wangen
en koester dat het prikt
ik aai
en kan u zo
niet overlaten
aan het donker van de nacht
veel te warm
om nu te vrijen
veel te zilt, te zout
zij wij
laat mij
tóch uw lichaam
voelen
nu ge hier
dicht bij mij
zijt
en neem mij mee
naar schone volle verre zee
we slapen
onder oude lakens
kleven van zand en zweet
ik zag u lachen
zitten
lezen
zelfs
en tussendoor
een glimlach op uw lippen
ge rook naar u,
mijn vent,
ge zijt uzelf
streek een hand door
haar
en hart,
mijn hart
behoort tot u
met voeten
in de volle zee
ik wuif naar u
niet echt
maar zie u
daar zo zitten
we gaan,
laten water over
lijven lopen
in kamers
zo warm
de lucht is
veel te zwaar
we liggen
uw rug raakt
mijn blote buik
ik hou u
leg een arm
over uw schouder
en blaas lucht
tegen uw oor
oh lief,
uw haren waaien
keer u om
en kijk en zie mij
ge drukt een kus
op mijn gezicht
ik brand
proef zout en
knarsend zand
tussen mijn tanden
als ik mijn neus
in haren duw
ik wil u
zo
bij mij
ik zie uw vingers
dansen
met het laken,
op en neer
ge probeert het
koel te maken
ik schuif dichter,
vol van u,
leg u dicht bij mij
oh gij
laat uw handen
strelen
op mijn zoute, warme lijf
ik druk mijn lippen
op uw wangen
en koester dat het prikt
ik aai
en kan u zo
niet overlaten
aan het donker van de nacht
veel te warm
om nu te vrijen
veel te zilt, te zout
zij wij
laat mij
tóch uw lichaam
voelen
nu ge hier
dicht bij mij
zijt
vrijdag 16 juli 2010
"and i am unhome again, in a house that is not mine.
cinnamon and tea i feel, it rests upon my shoulder, looks for shelter in my head, while suzanne sings forever.
and calling for you, expanding my thought, towards no one but yourself, lying on the bottom of a heart that is
unbeaten.
in battle.
and love, do come near me tonight, i walk inside your head, i do, searching for a spot where i could take a rest, i could.
and so i live inside my unhome feeling, on nights thrown out like this, like a laundry in a garden, while wind goes through my hair. it does.
and sit here and read and maybe often mumble. look up and regain what you read for me. collect your bravest thoughts and yes
wipe away desire and put down yourself instead. instead of unhome feelings, tea and how i smile about a balance
in my head.
cinnamon and tea i feel, it rests upon my shoulder, looks for shelter in my head, while suzanne sings forever.
and calling for you, expanding my thought, towards no one but yourself, lying on the bottom of a heart that is
unbeaten.
in battle.
and love, do come near me tonight, i walk inside your head, i do, searching for a spot where i could take a rest, i could.
and so i live inside my unhome feeling, on nights thrown out like this, like a laundry in a garden, while wind goes through my hair. it does.
and sit here and read and maybe often mumble. look up and regain what you read for me. collect your bravest thoughts and yes
wipe away desire and put down yourself instead. instead of unhome feelings, tea and how i smile about a balance
in my head.
dinsdag 6 juli 2010
hé
hé,
in jouw hemd
wil ik slapen
in jouw hoofd
wil ik zijn
in armen
wil ik kunnen
rusten
in warme armen
die zijn
mijn
lief, vent,
mijn beurt
om week te worden
niet te weten
waar nu heen
ik wil verdwijnen
in uw leven
zoals gij
vind ik
geeneen
ge zijt
ge zijt
mijn woeste vent
die van geen hout
toch pijlen maakt
ge schiet ze af
diep in mijn hart
zó diep
dat ge het midden
raakt
het weekste zachtste
van mijn hart
behoort u toe
mijn lief
slechts u
ik wil nooit geen
ander meer
wat ik wil, vent,
is u nu.
in jouw hemd
wil ik slapen
in jouw hoofd
wil ik zijn
in armen
wil ik kunnen
rusten
in warme armen
die zijn
mijn
lief, vent,
mijn beurt
om week te worden
niet te weten
waar nu heen
ik wil verdwijnen
in uw leven
zoals gij
vind ik
geeneen
ge zijt
ge zijt
mijn woeste vent
die van geen hout
toch pijlen maakt
ge schiet ze af
diep in mijn hart
zó diep
dat ge het midden
raakt
het weekste zachtste
van mijn hart
behoort u toe
mijn lief
slechts u
ik wil nooit geen
ander meer
wat ik wil, vent,
is u nu.
Abonneren op:
Posts (Atom)