zondag 10 januari 2010

vent vent prachtige vent!
je kan het, ma, je kan het. ontdooi, in warme, zachte armen. de mijne.

druk hand om dunne schouderbladen, vent, je kan het, sluip zacht en zeker dichterbij. ik sta met open armen en wacht. rust. glimlach mooi vanbinnen.

kom maar, lief, in bed bij mij.
slapen, dromen ook. uren dromen. dag wegvrijen, wolken gaan voorbij. over huis en toren met hand op jou, hand rust op zachte buik.

lief, mijn vent, je kan het. kwetsen doe ik niet. nooit.
johnny wacht op june, zo lang, zo hard verlangen kan.
wil ik. vuur in hart en ogen, altijd, opnieuw.

lief, wees niet bang, het kan.
je kan. net zo simpel als roken, drinken ook. net zo simpel, net zo vaak.

raak mij.
zie mij.
ik hou vast aan al dat moois, doe in stilte verder. ploeter, hap naar adem, zo naast jou.

lief.

kom in armen rusten, naakt, leg handen op warme, kleine borsten.
speel.

drink koffie, sta op. wek mij, ik slaap in jou, met jou.
haal een hand door haar en hart. het mijne. het breekt, zweeft. hou het. hou het stevig vast. druk het tegen lijf en leden. laat liggen in jouw schoot.

lief.
ontkleedt me. armen hoog, dan strelen. eeuwig. aai. beef met mij, omarm, mijn lief, omarm mij zo.
druk me tegen jou, dóór jou.
tot tegen hart en haren, lief. in liefde alleen besloten.

kom lig, met mij, onder dikke dekens. kou kan mij niet deren, nu.
glimlach als je kijkt, sst, in stilte.

lief, liefde.

zing voor mij, weerom in stilte. noten in jouw hoofd, altijd. zo.
zucht, praat zacht. dat het je spijt, zo lang alleen. je mist het, slapen.
in armen.

kus, lief, teder. je wordt er warmer van, zo warm naast mij.
streel over mijn armen, tussen borsten door, domweg naar benee.
over benen, sproeten, navel, heuvel, tussen benen door.
ik gloei van jou, door jou. laat mooie vingers dansen. zo.

ach lief.
en kijk naar mij.
ik duw mijn wang tegen de jouwe ; ze prikt ; strijk vingers over zachte baard en kus. in stilte.
hoor ik nooit nog, lief, iets anders.

kom bij mij, kom dichter slapen.
ik ruik je, zoet, zo zoet wil nooit niks anders meer.
warm mij, lig bij mij, in mij, en dans. beweeg als soepel walsen. dat doe je vaak, zo dansen.

voel warme adem op en neer, lief, doe mij kreunen. zo.
ik bén bij jou, leef in jou, altijd. versnel jouw adem, lief, mijn lief. en zeg even tussendoor dat het zalig dansen is, je hebt dit zo gemist.

lief, kijk naar mij, ik wil je, streel rug met koude vingers.
bloed ruist in mijn hoofd, mijn hart, in jou.

dansen, sneller dansen, praten, nee, zuchten. fluisteren, rusten kan je straks. en nu slechts snelle vluchten, hoger. hoger!

lief, mijn lief, ik zucht vier zachte zuchten, kreun jouw naam in stilte.
en beef. verblijf in bed, dekens op en neer. zonder praten, kom maar rusten, hier bij mij.
in bed bij mij, kom slapen.
vent och vent, prachtige vent, doe die schone ogen toe. kom rusten.
ja mijn lief, je kan het.