zondag 27 juni 2010

strootje, boontje en kooltje vuur

Er was er eens een heel oud vrouwke
dat een maaltijd ging bereiden
Ze zou een potje bonen brouwen
en daarmee haar maag verblijden

Ze nam een handje stro voor 't vuurke,
maar morste daarbij op de grond
Eén strootje gleed al naar beneden,
vond daar een kooltje, zwart en rond

Ook een boontje wist te vluchten
Hij zag tussendoor een kans
Het Boontje, Strootje en het Kooltje
ontsprongen zo de Dodendans

Boontje, Strootje en het Kooltje
wilden graag de wereld in
Trokken samen uit de keuken,
geen hindernis was hen te min

Ze kwamen aan een kolkend water,
bij nader inzien, 't bleek een sloot
't Strootje wierp zich over 't beekje,
bewees de dienst als strooien vloot

Kooltje stak als eerste over
maar brandde 't Strootje los in twee
Beiden gingen kopje onder
Boontje lachte daar eens mee

't Lachen leek maar aan te houden,
Boontje lachte zich een scheur
ter hoogte van zijn navelbuikje
Zijn naadje scheurde helemaal deur

Ten toeval wie daar net passeerde,
een kleermaker trok door de streek
Hij maakte 't scheurtje mooi ten ende,
naaide met een schone steek

het buikje van de Boon gesloten
een rechte lijn over zijn buik
met zwarte draad, hij had niet anders
Wit op zwart, het stond wel puik

Boontjes hebben tot op heden
het lijntje van hun oom geërfd
Ze zijn van hoog tot heel beneden
met een zwarte lijn generfd

Assepoes

"Wie kent er niet
het schoon verhaal
van het meisje Assepoes?"

Assepoes, verweesd was zij
na het sterven van haar
moeder

Amper één jaar
na dat sterven,
hertrouwde pa met
stiefgeloeder

't Stiefgeloeder had twee dochters,
stiefzus één en stiefzus twee
Omdat zij minderjarig waren,
kwamen zij met Stiefmoe mee

Ze betrokken het kasteel,
stuurden Assepa ver heen,
namen Assepoes als dienstmeid
Stiefmoe bleek plots zeer gemeen

Stiefzus één en stiefzus twee
aardden naar hun valse moer,
pestten Assepoes dagdagelijks,
gaven haar slechts varkensvoer

Op een dag,
het kon niet waar zijn:
Prins de Eerste
gaf een bal!

De zussen wilden
prachtig blinken
En Assepoes?
U weet het al

Ze zorgde voor de baljurken
van het Stiefgemoei plus twee
Had zelf ocharm
geen schone kleren,
dus, Assepoes, zij kon niet mee

Toen zette zij zich
zo te huilen
op haar lieve moeders graf
Het boompje dat daarboven bloeide,
wierp een bloesemjurkje af

En in de holte van de stam
schitterde zowaar
wit als sneeuw
maar oh zo glanzend,
een passend glazenmuiltjespaar

Ook verscheen
een gouden koets
gegroeid als kool uit een pompoen
Ze diende nog slechts in te stijgen,
het koetsje zou de rest wel doen

Ratelend vertrok zij daar,
in de gouden vrucht op wielen,
bij aankomst aan het Koningshuis
ging iedereen voor haar aan 't knielen

Schreed zij binnen
op haar hakken,
zag de Prins en hij zag haar
"Dansen wil ik, schone jongen,
op mijn glazenmuiltjespaar!"

Na uren walsen
in zijn armen
in haar kersenbloemgewaad,
leek zij toen een klok te horen
't Was ten twaalven,
veel te laat

De bloesems van haar jurk verwelkten,
vielen van haar slanke lijf
't Was geen zicht,
zo zonder baljurk
werd zij zo weer Assewijf

Assepoester stopte 't walsen,
wist heel goed wat nu te doen,
donderde de trappen af
en verloor daarbij een schoen

's Anderendaags,
al bij het starten
van een nieuwe arbeidsdag,
ging Assepoes alweer aan 't zwoegen
met op haar mond een gulle lach

Op de voordeur
eensklaps hoorde
't Stiefgemoei een slag of zes
Een lakei en Prins de Eerste
stonden samen op 't bordes

Wankel rustend
op een kussen,
glanzend als de volle maan,
lag Assepoesjes glazen muiltje
"Wie het past, trekke het aan!"

Het Stiefgezusterte probeerde,
wurmde en wrong
met hun dikke Stiefgeteente,
tot het muiltje bijna sprong

Ten lange leste -eindelijk!-
mocht Assepoes een poging wagen
Haar voetje, slank en zacht van huid
gleed als vanzelf in 't glazen muiltje
Prins de Eerste had zijn bruid!

't Meisje haalde 't andere muiltje
uit haar rafelige schort,
schoof het aan haar andere voetje
't Afscheid verder viel haar kort

Prins de Eerste hielp het bruidje
in zijn koets, op weg naar huis
zou gauw met Assepoes gaan trouwen
Nooit deed zij nog de grote kuis...

donderdag 10 juni 2010

vent,
ik wil u
wil slechts u

geen ander doet dit
zo met mij

ik wil uw lijf bij mij,
in armen
ik wil u
horen kreunen

wil zien een lach
op uw gelaat

vent, lief,
ben zot van alles
wat ge zijt

noten, amper woorden
ben trots op u
wil dwalen

reizen in uw
hoofd
ja vent
reizen, ver met u
amerika

ik zie hoe ge zijt
en heb daar vrede
mee

zo ge zijt,
zal ik u houwen
vasthouwen
vent, och vent,
ge zijt van mij

ik wil lezen
als ge speelt
als ge staat
en letters zingt
wonen in uw hoofd

onschuldig tussen
armen schuilen
als suzanne zingt,
altijd

vent, lief,
ik wil beminnen
niet steeds weer
opnieuw beginnen

dromen, net als gij

u verlossen
van uw angsten
van uw drempels,
uw verdriet

door uw tranen
en uw hartzeer,
lief,
ziet gij de liefde niet...

woensdag 2 juni 2010

by all means

by all means,
it's June now
dear

how well i am-
no you

it's floating
quite all over me

how well i am?
no you

dear, love,
in all you've
given me
and see me here
- no you

all i am
is hollow
dear

a cover,
still no you

how you had
your fingers
dear
wrapped up 'round me
oh you

a void is coming
over me,
fills me up with
melancholy
i see you,
how you were to me

and now in bed,
no you

love, in all
you said to me
i feel tries and
- distance, dear

how you spoke
and set me free
pages full of
wanting, greed

and so far
no you

dear, how you've
wrapped your
arms
around
sounds
in which i might have
found

a brave new heart
that's pounding loud

and when i speak
oh you
hardly say a
word to me
afraid, dear,
of what could just be?

fear was growing
over me

but now, my dear,
no you

seldom, i have seen
my love
a man so brave
but blue

over lost, long and
forgotten loves

i guess, oh dear,
that's you.