zondag 30 mei 2010

kom zacht naast mij zitten,
lief, nestel u in armen.

streel. maak dode dromen in mij wakker
en vergeet. wat ik zeg en zei bij u.
bij maan en held're sterren, bij kijken
naar elkaar.

dorsten laven, honger voeden,
wachten op steeds meer.
verlangen, naar koffie in uw hand,
naar dunne slierten rook
en spelen. vastberaden.

dat loslaten ook. dat eeuwige dwalen.
omarmen van vluchtige kussen.
verlucht en verlaten tussen
bladgroen zit ik.
trek recht en omarm, lief.
verwar niet langer meer.

dinsdag 4 mei 2010

lief och vent,

gij dwaze vogel, wentel u niet zo
in oude zeren, hartenzeren, wentel
u niet zo
in zelfmedelij

och gij,
ach vent,
en pak u samen
zoek uw scherven toch
bijeen

laat ze lijmen,
doe ze lijmen
weerom schijnen

zonder hart
bestaat geeneen.

verstop u niet in
lange grassen
grauwe drassige
moerassen
waarin kikkers
vlinders zijn

ach vent
en laat u zo niet leiden
zo niet lijden
door uw pijn

zij
woont al menig schone
jaren
in de armen
van een ander
ander, schoner lief

en toch
kunt gij nog
niet laten glijden

u verblijden
aan een
maagd die

wil van nog

ach vent,
och lief

wie kan u redden
van uw zwart
schabouwelijk hart

reeds gebroken
lang gebroken

zo verwordt men dus
een bard die dammen bouwt
en muren optrekt,
rond zich,
helemaal apart

och gij dwaze domme
vogel,
zijt ge blind voor
wat hier staat?

uw ogen werden
uitgestoken
't is de wal die u verraadt

hoe gij zo zijt gekomen, vent
ach vertel dat toch meteen

in uw ogen, hart en handen
wilt gij één of helemaal
geen

grijp u toch tesamen,
liefste
sla uw vleugels toch
eens uit

veeg dat zwarte roet
naar buiten
gooi af die olifantenhuid

verwordt een
ware man, mijn beste,
liefste, schoonste, verste vent

praat niet
langer als
een vogel
van wie men het lied herkent

als zware tranen
doet gij 't klinken,
't rust zo zwaar
op uw gemoed

blijf toch niet
steeds verder zinken.
hef uw hoofd zoals
het moet

na zware lange
tegenslagen
mag men droevig zijn,
zelfs triest

maar verweer u tegen
vlagen
waarbij men het hoofd
verliest

lief och vent,
ik kan niet redden
het zwaargekwetst, verwond
gebroed

dat gij zijt verworden,
sinds zij koos voor nader bloed

trek u op,
open uw ogen
zet uw trots en pijn opzij

open hart en handen,
vogel,
verlicht uw hoofd
en lach naar mij.