mijn liever lief,
ik kan niet slapen met wat ik weet dat komen gaat. zwalpen tussen droom en daad.
vertwijfeling, nog steeds.
niets en nauwelijks iets kan maken dat mijn hoofd ooit zal gewagen van vervagen van een droom. de kleinemeisjesdroom in mij. in herfst wil ze vaak groeien, onderwerpt zich aan het tij van komen en van gaan, het liefst van al van komen.
dan is ze daar, zo plots in stilte, wie niet ziet, wordt niet gewaar en blijft weer eeuwig hopen.
oh lief.
omarmen, zo met open armen,
gehuld in zachte glimlach.
en hoe het tij toch weer zal keren, niemand zal me kunnen leren hoe ik me ploeterend moet verweren tegen onbereikbaarheid van jou.
wat ik nu doe, doe jij niet langer. geldt dat ook voor enig anders?
enig ander
slaapt naast jou en doet 's ochtends
ogen open, kijkt verwonderd
als je lacht
en dekens slaat
zomaar achteruit.
ramen open
zonlicht binnen
zee en zee is
twee
is zo
is zand
is hullen in een scherpe lucht
zee ruikt als geen ander.
laat me passie
preken
zeker als geeneen
kan horen
kan voelen
hoe de avond loopt
op kousevoeten
weg.
en lief,
mijn lief
mijn heerlijk lief
mijn verre lief
en zeg
dat het anders
ooit wel anders
zacht
zal kunnen zijn
tot zover verblijf ik, liefste,
in het beddeke mijn.
dinsdag 3 november 2009
maandag 26 oktober 2009
well my dear
well my dear
well smoke
my dear
i fall
for all
in that
drink and think
and talk and sing
and whisper me
to bed
have arms
around me
warm
surround me,
my dear,
let's have a chat
about why fire
warm wild fire
lingers in my vanes
like this
makes me wonder
somehow wonder
how fire is a bliss.
well smoke
my dear
i fall
for all
in that
drink and think
and talk and sing
and whisper me
to bed
have arms
around me
warm
surround me,
my dear,
let's have a chat
about why fire
warm wild fire
lingers in my vanes
like this
makes me wonder
somehow wonder
how fire is a bliss.
meisjes bij verstande
mijn lief, weet je
weet je
hoe het is
jou met me mee
te slepen
vuur dat gloeit in mij
altijd
brandt achter mijn ogen
hou ik zo
van warme vlammen
als ik zie roken
drinken ook,
omarmen
en dansen!
plots, niet vaak,
mag het ontwaken
't vuur dat brandt
in mij
vlammen in mijn hart
slaan zulke diepe wonden
verbranden meisjes
bij verstande
laat zottinnen in hen los
en toch
mijn lief
blijf ik omarmen
zwart van oud en
heerlijk roet
denk ik slapend
zo in stilte:
'net zoals het moet!'
weet je
hoe het is
jou met me mee
te slepen
vuur dat gloeit in mij
altijd
brandt achter mijn ogen
hou ik zo
van warme vlammen
als ik zie roken
drinken ook,
omarmen
en dansen!
plots, niet vaak,
mag het ontwaken
't vuur dat brandt
in mij
vlammen in mijn hart
slaan zulke diepe wonden
verbranden meisjes
bij verstande
laat zottinnen in hen los
en toch
mijn lief
blijf ik omarmen
zwart van oud en
heerlijk roet
denk ik slapend
zo in stilte:
'net zoals het moet!'
donderdag 8 oktober 2009
warme zomerdagen sluimeren
over het lange gras.
ik zie mijn zusje, hoe ze ligt.
boven mij, de maan. en ver, een
lied, een tingeling-lied van
pling en plong.
muziekdoosgewijs.
ik sta in de tuin. de warme poes
komt op mij af. het gras,
het is een leven lang.
miauw, mijn lief mijn poezelief.
ik aai en giet dan verder planten.
met lange laarzen aan en mijn
flinterste japonnetje.
mijn moeder zie ik dromen, net
zoals ze 't wou.
lieve-vrouwe-bedstro oh.
oh zo is het weer zomer, zonder
mij, nooit, onder mij een beestje.
lievebeestje in het gras.
en alles is toch anders als
kindjes kleiner zijn, met een
oranje gietertje.
witte bloem.
ploem ploem.
sluiksgewijs en ademloos, de
avond is van mij, de wereld.
ik zie tomaten groeien, lavendel
van het felste soort.
en munt ruikt zacht, zo naast
mijn neus. in slaap, op bed,
mooi neergezet.
de ogen toegedaan.
pling pling tingeling pling pling.
over het lange gras.
ik zie mijn zusje, hoe ze ligt.
boven mij, de maan. en ver, een
lied, een tingeling-lied van
pling en plong.
muziekdoosgewijs.
ik sta in de tuin. de warme poes
komt op mij af. het gras,
het is een leven lang.
miauw, mijn lief mijn poezelief.
ik aai en giet dan verder planten.
met lange laarzen aan en mijn
flinterste japonnetje.
mijn moeder zie ik dromen, net
zoals ze 't wou.
lieve-vrouwe-bedstro oh.
oh zo is het weer zomer, zonder
mij, nooit, onder mij een beestje.
lievebeestje in het gras.
en alles is toch anders als
kindjes kleiner zijn, met een
oranje gietertje.
witte bloem.
ploem ploem.
sluiksgewijs en ademloos, de
avond is van mij, de wereld.
ik zie tomaten groeien, lavendel
van het felste soort.
en munt ruikt zacht, zo naast
mijn neus. in slaap, op bed,
mooi neergezet.
de ogen toegedaan.
pling pling tingeling pling pling.
dinsdag 15 september 2009
dormez
dormez, dormez
in armen mag je
in warme armen
slapen
naast de zachte
zoete zachte
zalig zoete
zomerdromen
herfst jaagt ze weg
en zeg,
mijn lief
en zeg
echt niks
enkel kijken in een
verte
hoog op polderbergen
ben je
op en top
en hoog
vandaar
van daar
vandaag
kan ik je zien
haren in de
woeste wind
wervelende polderwind
waaiend zo
om mij
en zij
aan zij
en zij
naast mij
telt schapen
daar benee
met twee
in twee gespleten
verdreven
mijn droevige droom
dormez, dormez
dormez
dormez
in armen mag je
in warme armen
slapen
naast de zachte
zoete zachte
zalig zoete
zomerdromen
herfst jaagt ze weg
en zeg,
mijn lief
en zeg
echt niks
enkel kijken in een
verte
hoog op polderbergen
ben je
op en top
en hoog
vandaar
van daar
vandaag
kan ik je zien
haren in de
woeste wind
wervelende polderwind
waaiend zo
om mij
en zij
aan zij
en zij
naast mij
telt schapen
daar benee
met twee
in twee gespleten
verdreven
mijn droevige droom
dormez, dormez
dormez
dormez
vrijdag 24 juli 2009
Soep
oh zou ik graag
mijn armen zo
om jouw schouders
slaan
als je soep schenkt
en mijn honger laaft
in warme armen
rusten
net uit bad in
bed
gestapt
slapen tussen schone
lakens
zomer is nabij
wind waait in
mijn hoofd
en zachte zuchten
rusten
nacht wekt
slapende lusten
en
temt eenzaamheid
in mij
het broeden op
verwachten van
en eeuwig
eeuwen wachten
doet talmen
vertragen
doet spoken verjagen
die huizen
in hart en in hoofd
verdwalen
in vinden van rust
van licht
in evenwicht
in sterk en stevig
denken
bied tegenwicht
voor zoet en zalig
zwalpen
dat dwalen
dat ik doe
heeft voeten nodig
wortels in
een losse grond
grove, zwarte
poldergrond
en bomen zo rondom.
als wind weerom
dat vuur ontlokt,
als onrust weer
ontwaakt
als mijn vurig hart
weerom verzaakt
om rede toe te laten
ogen open en weer
toe
voor schoonheid
in de waaiewind
witte sterren
zomernacht
voeten in het natte gras.
zon die ondergaat.
schenk soep
in stenen kommen en
schenk rust
die nooit meer overgaat.
mijn armen zo
om jouw schouders
slaan
als je soep schenkt
en mijn honger laaft
in warme armen
rusten
net uit bad in
bed
gestapt
slapen tussen schone
lakens
zomer is nabij
wind waait in
mijn hoofd
en zachte zuchten
rusten
nacht wekt
slapende lusten
en
temt eenzaamheid
in mij
het broeden op
verwachten van
en eeuwig
eeuwen wachten
doet talmen
vertragen
doet spoken verjagen
die huizen
in hart en in hoofd
verdwalen
in vinden van rust
van licht
in evenwicht
in sterk en stevig
denken
bied tegenwicht
voor zoet en zalig
zwalpen
dat dwalen
dat ik doe
heeft voeten nodig
wortels in
een losse grond
grove, zwarte
poldergrond
en bomen zo rondom.
als wind weerom
dat vuur ontlokt,
als onrust weer
ontwaakt
als mijn vurig hart
weerom verzaakt
om rede toe te laten
ogen open en weer
toe
voor schoonheid
in de waaiewind
witte sterren
zomernacht
voeten in het natte gras.
zon die ondergaat.
schenk soep
in stenen kommen en
schenk rust
die nooit meer overgaat.
zondag 17 mei 2009
100 eeuwen
"Zou er 'n dag komen,
dat ik 's ochtends koffie schenk,
'n croissant eet, de krant pak
en niet aan je denk?
Komt er ooit 'n uur,
dat ik lui in het lommer,
onder de eik 'n boek lees,
en me niet om je bekommer?
Komt er ooit 'n minuut,
mag ik zoiets verwachten,
dat jij zestig seconden lang,
niet zit in m'n gedachten?
En zal jij in het hiernamaals,
daarvoor ben ik zo bang,
dan ook niet bij mij zijn,
honderd eeuwen lang?"
Uit: Mooie meisjes duren niet lang -allesbehalve liefdesgedichten - Denis Nowé
dat ik 's ochtends koffie schenk,
'n croissant eet, de krant pak
en niet aan je denk?
Komt er ooit 'n uur,
dat ik lui in het lommer,
onder de eik 'n boek lees,
en me niet om je bekommer?
Komt er ooit 'n minuut,
mag ik zoiets verwachten,
dat jij zestig seconden lang,
niet zit in m'n gedachten?
En zal jij in het hiernamaals,
daarvoor ben ik zo bang,
dan ook niet bij mij zijn,
honderd eeuwen lang?"
Uit: Mooie meisjes duren niet lang -allesbehalve liefdesgedichten - Denis Nowé
donderdag 16 april 2009
maandag 23 maart 2009
Vega
"Other evidence has shown that
you and I are still alone
we skirt around the danger zone
and don't talk about it later."
Uit : Marlene - Suzanne Vega
you and I are still alone
we skirt around the danger zone
and don't talk about it later."
Uit : Marlene - Suzanne Vega
laughter
and afterwards
-quietly now-
shatter out in
silent laughter,
feel up till
my bones
your smiles
and smoke
and strokes through
hair
words barely matter.
-quietly now-
shatter out in
silent laughter,
feel up till
my bones
your smiles
and smoke
and strokes through
hair
words barely matter.
maandag 23 februari 2009
how to
lief mijn lief,
ik weet niet meer
hoe het verder gaat.
anders is het nu: we praten wel (en graag, zo graag, je kan zo prettig praten en een arm achter mijn schouder houden, je leunt tegen de deur), maar over zo'n banale dingen, als je vraagt naar mij.
ik had iets anders moeten zeggen. dat het goed gaat, ik hou van wat ik doe en woon zo graag onder hoge torens.
noten in mijn oren, alle dagen, vaak de jouwe en weet je hoe dat komt?
ik hoor jou zo graag spelen, net als praten, net als zeggen dat toch nog steeds weer komen werken structuur geeft aan de week.
ik had je kunnen zeggen, lief, dat jij 't bent die mij zo doet schrijven, 's nachts alleen, in bed en dat ik mijn hoofd zou geven om jou eens naast mij te vinden.
zomaar. je hoeft zelfs niks te zeggen dan, of ja, zeg dat je nergens anders liever nog wil zijn vannacht, terwijl je ergens anders bent en kijkt naar mij, terwijl je haren aait en daarna, zacht, bijna onhoorbaar zucht.
ik zou niks kunnen zeggen dan, maar tanden op mijn lip verzetten. niet durven kijken ook, bang om jou plots te storen.
even laten zijn.
en dan mezelf ontbloten, knoop per knoop het hemd losmaken waarin ik zo graag slaap.
jouw handen op mijn borsten voelen, rechterhand op links ; de hand die 't vaakst ontroerde, die ik het vaakst heb willen zien.
ik zou het niet hebben over werken en hoe lang nog. ik zou enkel drinken als je praat en passie preekt. vuur doet branden in mijn hoofd. zo, lief, zou het mooier zijn.
zoveel mooier als ik dat vuur eens plots zou kunnen lossen, zonder elastieken om mijn hart, ze staan op springen. en water in mijn hoofd dat klotst en rede mee kan spoelen.
weg.
vertellen zou ik, uren, en af en toe jou laten praten over wat jou zo beroert en waarom jouw arm nog steeds zo mooi
om haar schouders hangt.
je zou me kunnen vinden in waarom ik zo ben blijven dwalen in zinnen, mooi en kort van stof, die toch méér dan zomaar woorden borgen.
in nauwelijks verhulde blikken, lief, zou je kunnen vinden hoe ik van jou denk. hoe blij ik werd toen je kwam kijken, op een woensdag tussendoor, hoe dichtbij ik was. vaak, op woensdagmiddag.
in regen ook, kon ik jou zien, lief, tot op het bot doorweekt en toch nog steeds vond ik jou heerlijk.
hoe we hebben zitten praten over wat wél kon en wat niet en ach, vertel hen best hoe ik paniek ik raakte, je zou me daarna troosten met dat jou dat ook al is gebeurd.
denk je dat 't mij kan schelen dat je mij niet eens wou volgen, naast mijn arm had kunnen zitten kijken, naar dansen, zingen van een ander?
ja, zelden nóg meer pijn gehad, verdriet, mijn lief, rivieren uitgeschreid. zittend, leunend, tegen warme vuren, moederziel alleen, maar zo heb ik proberen hopen jou uit mijn leven weg te werpen. 't is helaas niet eens gelukt. met al mijn huilen ook.
praat je nog met anderen ook over wat je mij vertelde toen? of blijft dat altijd, eeuwig en alleen dicht bij mij en tussen ons?
je woont in mijn hoofd, lief, in mijn hoofd, als een passie die doet schrijven, lopend vuur.
ik wil nog liever kijken dan dat ik slapen zou met jou.
het doet me steeds weer dwalen, dat zingen dat je doet. en lachen. ik kan je zo zien zitten lachen.
dat zou ik vertellen, lief, nuchter maar voluit. en niemand zou me kunnen horen, enkel jij zou af en toe de oren iets meer spitsen. kleine slokken drinken en praten over kleine dingen, niet eens blozen of verpinken bij woorden die je zonet hoorde.
uit mijn volle, rode mond die je straks bij het verlaten van de zaal, bij 't achterlaten van de dag, volop zou willen kussen.
zoveel mooier, dit, dan wat nu -verloren- staat, vaststaat in mijn hoofd.
ik weet niet meer
hoe het verder gaat.
anders is het nu: we praten wel (en graag, zo graag, je kan zo prettig praten en een arm achter mijn schouder houden, je leunt tegen de deur), maar over zo'n banale dingen, als je vraagt naar mij.
ik had iets anders moeten zeggen. dat het goed gaat, ik hou van wat ik doe en woon zo graag onder hoge torens.
noten in mijn oren, alle dagen, vaak de jouwe en weet je hoe dat komt?
ik hoor jou zo graag spelen, net als praten, net als zeggen dat toch nog steeds weer komen werken structuur geeft aan de week.
ik had je kunnen zeggen, lief, dat jij 't bent die mij zo doet schrijven, 's nachts alleen, in bed en dat ik mijn hoofd zou geven om jou eens naast mij te vinden.
zomaar. je hoeft zelfs niks te zeggen dan, of ja, zeg dat je nergens anders liever nog wil zijn vannacht, terwijl je ergens anders bent en kijkt naar mij, terwijl je haren aait en daarna, zacht, bijna onhoorbaar zucht.
ik zou niks kunnen zeggen dan, maar tanden op mijn lip verzetten. niet durven kijken ook, bang om jou plots te storen.
even laten zijn.
en dan mezelf ontbloten, knoop per knoop het hemd losmaken waarin ik zo graag slaap.
jouw handen op mijn borsten voelen, rechterhand op links ; de hand die 't vaakst ontroerde, die ik het vaakst heb willen zien.
ik zou het niet hebben over werken en hoe lang nog. ik zou enkel drinken als je praat en passie preekt. vuur doet branden in mijn hoofd. zo, lief, zou het mooier zijn.
zoveel mooier als ik dat vuur eens plots zou kunnen lossen, zonder elastieken om mijn hart, ze staan op springen. en water in mijn hoofd dat klotst en rede mee kan spoelen.
weg.
vertellen zou ik, uren, en af en toe jou laten praten over wat jou zo beroert en waarom jouw arm nog steeds zo mooi
om haar schouders hangt.
je zou me kunnen vinden in waarom ik zo ben blijven dwalen in zinnen, mooi en kort van stof, die toch méér dan zomaar woorden borgen.
in nauwelijks verhulde blikken, lief, zou je kunnen vinden hoe ik van jou denk. hoe blij ik werd toen je kwam kijken, op een woensdag tussendoor, hoe dichtbij ik was. vaak, op woensdagmiddag.
in regen ook, kon ik jou zien, lief, tot op het bot doorweekt en toch nog steeds vond ik jou heerlijk.
hoe we hebben zitten praten over wat wél kon en wat niet en ach, vertel hen best hoe ik paniek ik raakte, je zou me daarna troosten met dat jou dat ook al is gebeurd.
denk je dat 't mij kan schelen dat je mij niet eens wou volgen, naast mijn arm had kunnen zitten kijken, naar dansen, zingen van een ander?
ja, zelden nóg meer pijn gehad, verdriet, mijn lief, rivieren uitgeschreid. zittend, leunend, tegen warme vuren, moederziel alleen, maar zo heb ik proberen hopen jou uit mijn leven weg te werpen. 't is helaas niet eens gelukt. met al mijn huilen ook.
praat je nog met anderen ook over wat je mij vertelde toen? of blijft dat altijd, eeuwig en alleen dicht bij mij en tussen ons?
je woont in mijn hoofd, lief, in mijn hoofd, als een passie die doet schrijven, lopend vuur.
ik wil nog liever kijken dan dat ik slapen zou met jou.
het doet me steeds weer dwalen, dat zingen dat je doet. en lachen. ik kan je zo zien zitten lachen.
dat zou ik vertellen, lief, nuchter maar voluit. en niemand zou me kunnen horen, enkel jij zou af en toe de oren iets meer spitsen. kleine slokken drinken en praten over kleine dingen, niet eens blozen of verpinken bij woorden die je zonet hoorde.
uit mijn volle, rode mond die je straks bij het verlaten van de zaal, bij 't achterlaten van de dag, volop zou willen kussen.
zoveel mooier, dit, dan wat nu -verloren- staat, vaststaat in mijn hoofd.
zaterdag 21 februari 2009
dinsdag 17 februari 2009
"in hart dat steeds blijft slaan,
en zelden rust kan vinden
zelden zonder kan, amper zelf kan.
functioneren.
ogen sluiten
open, toe.
slapen in het donker
niet eens moe
niet eens.
strelen in mijn nek.
praten.
en ongemerkt weer kussen stelen,
koesteren op wangen.
laat mij varen,
laat toch gaan
komen
steeds die zinnen
die zich opdringen
aan
blank, leeg papier.
ik kan
het amper laten,
moet schrijven af en toe
en na gepende letters,
zinnen
de roes de rug
toekeren
en omarmen.
spijt
en altijd weer vervloeken."
en zelden rust kan vinden
zelden zonder kan, amper zelf kan.
functioneren.
ogen sluiten
open, toe.
slapen in het donker
niet eens moe
niet eens.
strelen in mijn nek.
praten.
en ongemerkt weer kussen stelen,
koesteren op wangen.
laat mij varen,
laat toch gaan
komen
steeds die zinnen
die zich opdringen
aan
blank, leeg papier.
ik kan
het amper laten,
moet schrijven af en toe
en na gepende letters,
zinnen
de roes de rug
toekeren
en omarmen.
spijt
en altijd weer vervloeken."
zaterdag 14 februari 2009
zaterdag 7 februari 2009
zonder
lef, durf, witte wijn, flos, pleisters, was, zon, lief, afwas, vrijen, kussen, balsem, rede, gestreken broeken, handschoen, tijd voor zomaar niks, chocoladetaart, groot bed, propere lakens, licht, zin om te gaan slapen, kabeltelevisie, sigaret tussen de vingers, vat, plaats, kalmte, diep ademhalen als dat moet, logica, gevoel voor realiteit, melk, hond.
woensdag 4 februari 2009
met
goesting, oud papier, een volle glasbak, warme vrienden, een volle wasmand strijk,een prachtige job, nieuwe laptop, jaloezie (waarom?), verlangen!, vooruitzicht op een weekend weg, zin in dansen op schone noten, zin in gewoon domweg staan luisteren naar schone noten, vuur, vlammen, warme dikke dekens, mooie laarsjes, mooie letters op papier, een prettig boek, bewondering, rede, zweven af en toe, een halve courgette in de groentenla, vuile ramen, enkel bed, kerstlichtjes (ja, nog steeds), ongeduld, een verwarming die 't weer doet zoals het moet, gele tulpen in een vaas, slapeloze nachten, één zwarte handschoen, één sok op overschot na 't plooien, zés te grote broeken in de kast, zin in praten met jou, koude vingers, warm hart, impulsiviteit op -in godsnaam!- steeds de verkeerde momenten, nieuwsgierigheid naar woelige dagen, onrust in het hoofd, zin in nogmaals praten met jou, zin in zwijgen en zitten en tijd voorbij zien tikken, 18 overuren, zomerjapon in wintermaanden (koud in bed, zo koud!), zin in slapen ook.
van schoonheid
"van schoonheid,
lief,
van schone ogen
en innemelijk
verlangen.
onbereikbaar walsen
rondom.
blaas me
lekker onderuit
waarop ik zal drinken
en slapen
in een warm, zacht bed.
moe, voldaan
en dwaas-gelukkig."
lief,
van schone ogen
en innemelijk
verlangen.
onbereikbaar walsen
rondom.
blaas me
lekker onderuit
waarop ik zal drinken
en slapen
in een warm, zacht bed.
moe, voldaan
en dwaas-gelukkig."
maandag 2 februari 2009
'round in heads and meadows
How would it be
to sit near you,
always?
smell you in the night,
and by that,
wanting to love
you
eyes closed
open
while wind
blows through my
vanes
it does
i could get used
to see you
naked, wet
and laughing
under water
i would love to
have a smoke
standing near
the window
chasing dreams
and you
expanding
smoke and fire
and how
could i just let you
be and read,
love,
read
what you have done
to me
over these last
two,
forgotten
years
it is
how it is
this
and all
around,
they do
forget how
the thought of
you colors my day
you simply
make me
wander
'round in heads
and meadows,
fields of open wounds,
barley as gold ribbons
tied around my
heart
strings keep it
together,
shining.
even in the dark.
to sit near you,
always?
smell you in the night,
and by that,
wanting to love
you
eyes closed
open
while wind
blows through my
vanes
it does
i could get used
to see you
naked, wet
and laughing
under water
i would love to
have a smoke
standing near
the window
chasing dreams
and you
expanding
smoke and fire
and how
could i just let you
be and read,
love,
read
what you have done
to me
over these last
two,
forgotten
years
it is
how it is
this
and all
around,
they do
forget how
the thought of
you colors my day
you simply
make me
wander
'round in heads
and meadows,
fields of open wounds,
barley as gold ribbons
tied around my
heart
strings keep it
together,
shining.
even in the dark.
zondag 1 februari 2009
twee huizen
het is als
blijven staan
in regen,
links en rechts
een huis
links het
mooie, zweedse
met de grote tuin
maar lief,
zo achter prikkeldraad
en zoveel mijlen
lopen nog
rechts het kleine
doch
benijdend warme
boerderijtje
vol muziek
op iets dunnere
en losse grond,
op amper twee mijl
wandelen onder
een paraplu.
het hek staat al
halfopen.
blijven staan
in regen,
links en rechts
een huis
links het
mooie, zweedse
met de grote tuin
maar lief,
zo achter prikkeldraad
en zoveel mijlen
lopen nog
rechts het kleine
doch
benijdend warme
boerderijtje
vol muziek
op iets dunnere
en losse grond,
op amper twee mijl
wandelen onder
een paraplu.
het hek staat al
halfopen.
maandag 26 januari 2009
ook het zingen doet weer deugd.
".. uit zelfbehoud misschien. ja.
angsthaas die niet voelen wil, geen zin heeft in een woelig slapen, vaak. volgens mij doe je niks anders, 's nachts in bed, alleen. ogen open, toe en draaien, hand even door haren halen en plots denken: waarom blijf ik mezelf herhalen? gaat het nooit eens even anders als ik met haar praat?
..
je zal zelden verdwalen in romantiek, naïviteit.
nauwelijks. wat je doet, is armen vouwen om schouders die de jouwe waren, troost zoeken in bekende schoot, die, nadat jij zou zijn vertrokken, niet opnieuw jou wil omarmen, maar woordelijk jouw arm en handen wég wil laten glijden.
sta niet zo hulpeloos te kijken als ze praat, verhaalt, terwijl mijn blik vangt en jou af wil stoten, richting mij. ja, ze ziet het, voelt het branden in mijn ogen, verlangen. benijden. ze weet dat ik wil hebben, als 't god belieft wil weten ook, hoe je naast haar lag in bed, amper ademhalend.
slapend.
slapend
in mijn hoofd."
angsthaas die niet voelen wil, geen zin heeft in een woelig slapen, vaak. volgens mij doe je niks anders, 's nachts in bed, alleen. ogen open, toe en draaien, hand even door haren halen en plots denken: waarom blijf ik mezelf herhalen? gaat het nooit eens even anders als ik met haar praat?
..
je zal zelden verdwalen in romantiek, naïviteit.
nauwelijks. wat je doet, is armen vouwen om schouders die de jouwe waren, troost zoeken in bekende schoot, die, nadat jij zou zijn vertrokken, niet opnieuw jou wil omarmen, maar woordelijk jouw arm en handen wég wil laten glijden.
sta niet zo hulpeloos te kijken als ze praat, verhaalt, terwijl mijn blik vangt en jou af wil stoten, richting mij. ja, ze ziet het, voelt het branden in mijn ogen, verlangen. benijden. ze weet dat ik wil hebben, als 't god belieft wil weten ook, hoe je naast haar lag in bed, amper ademhalend.
slapend.
slapend
in mijn hoofd."
zondag 25 januari 2009
head to
what to do
with you
on days,
i just can't
see
where you head to
where you'll be
where you want
to go
what you mean
by all you do
and all you never say
with you
on days,
i just can't
see
where you head to
where you'll be
where you want
to go
what you mean
by all you do
and all you never say
zaterdag 17 januari 2009
Uw armen/kleine woorden
En toch blijf ik nog wel
geloven
in Uw armen om mij
heen
Als een rijker makend wezen, dat
mij bijvult door den dag, het jaar,
de uren van mijn leven vullend
met troost en kleine woorden.
geloven
in Uw armen om mij
heen
Als een rijker makend wezen, dat
mij bijvult door den dag, het jaar,
de uren van mijn leven vullend
met troost en kleine woorden.
De zeven schapen van André
Zeven schapen - André Sollie
"Ik tel er drie, vier, vijf, zes, zeven.
Zeven schapen in een wei.
En terwijl ik sta te kijken,
kijkt geen enkel schaap naar mij.
Grazen doen ze, onbewogen,
kop gebogen naar de grond.
Het gras maakt lekkere geluiden
in hun trage schapenmond.
Net als wolkjes aan de hemel
staan ze wollig, zij aan zij,
met zijn allen schaap te wezen
in de malse klaverwei.
Twee aan twee of met zijn drieën,
om het even, ram of ooi.
In een kring of op een rijtje;
zeven schapen: altijd mooi."
"Ik tel er drie, vier, vijf, zes, zeven.
Zeven schapen in een wei.
En terwijl ik sta te kijken,
kijkt geen enkel schaap naar mij.
Grazen doen ze, onbewogen,
kop gebogen naar de grond.
Het gras maakt lekkere geluiden
in hun trage schapenmond.
Net als wolkjes aan de hemel
staan ze wollig, zij aan zij,
met zijn allen schaap te wezen
in de malse klaverwei.
Twee aan twee of met zijn drieën,
om het even, ram of ooi.
In een kring of op een rijtje;
zeven schapen: altijd mooi."
woensdag 14 januari 2009
HZM
"Ge moet maar één ding onthouden, 't zijn dedie,
Lore,
met de rauwste stemmen
die 't meest ein gezongen."
Uit: Lore - Het Zesde Metaal
Lore,
met de rauwste stemmen
die 't meest ein gezongen."
Uit: Lore - Het Zesde Metaal
dinsdag 13 januari 2009
vers voer en hoe
weet je hoe het is, lief, om jou met me mee te slepen,
dagen, nachten door?
als ik mijn ogen sluit en steeds opnieuw probeer
te slapen, besluipt het weerom mij. verlangen.
ik zie lachen, schoon en soms waarachtig. echt, voluit,
om domme, korte zinnen.
ik zit en zat op regen te wachten.
ik zie jouw arm en mooie handen, hoe je woorden
wegwuift met de losse pols.
en wens mij
nogmaals, weer zo'n jaar
dat deugd deed aan mijn schrijven,
deed vloeien
woorden
letters
bloed en tranen
veel
sloten
en
deed huilen,
uren
nachten
mij jou zó deed willen
armen om
jouw schouders
vouwen
en praten
in stilte
voortaan
over alles
wat jou en mij
zo aanbelangt
tranen
ik wil vertellen,
lief
en liefst
in armen rusten
slapen
ruiken
mijn arm
naast jouw hoofd
met zon door de gordijnen
en ik
warm in mijn bed.
dagen, nachten door?
als ik mijn ogen sluit en steeds opnieuw probeer
te slapen, besluipt het weerom mij. verlangen.
ik zie lachen, schoon en soms waarachtig. echt, voluit,
om domme, korte zinnen.
ik zit en zat op regen te wachten.
ik zie jouw arm en mooie handen, hoe je woorden
wegwuift met de losse pols.
en wens mij
nogmaals, weer zo'n jaar
dat deugd deed aan mijn schrijven,
deed vloeien
woorden
letters
bloed en tranen
veel
sloten
en
deed huilen,
uren
nachten
mij jou zó deed willen
armen om
jouw schouders
vouwen
en praten
in stilte
voortaan
over alles
wat jou en mij
zo aanbelangt
tranen
ik wil vertellen,
lief
en liefst
in armen rusten
slapen
ruiken
mijn arm
naast jouw hoofd
met zon door de gordijnen
en ik
warm in mijn bed.
maandag 12 januari 2009
Polderberg
je had
het moeten
zien, lief
-prachtig!-
jouw Singelberg
vol sneeuw
beken bevroren
ze kraken
en ik in
muts en zon
met hond
veraf, dichtbij
somtijds doet ze
net hetzelfde
z'is somtijds
net als jij.
het moeten
zien, lief
-prachtig!-
jouw Singelberg
vol sneeuw
beken bevroren
ze kraken
en ik in
muts en zon
met hond
veraf, dichtbij
somtijds doet ze
net hetzelfde
z'is somtijds
net als jij.
Abonneren op:
Posts (Atom)