maandag 26 december 2011

i do not
intend
to let go,
you know

for all you do
and all that shatters

over lines
of long gold silver

by dawn
in dark,
we move.
ach
hadden wij elkaar
maar

jaren vroeger
pas ontmoet

dan zouden wij
verlaten
toelaten
ook

armen slaan
omheen
onszelf
en kussen

niets zou ons
onthouden
worden

we hadden
elkaar
in het
achterhoofd
als een geloof
een zwakte
die zou sterken
op dagen zoals
deze


nu slijten
wij uren
slechts
en zullen tranen
laten

om wat ligt
onder uw handen

we huilen niet
we lachen,
verdoofd door
absurditeit,
koel als winterlucht
die maar niet
komen wil

we schurken
van veraf
onze woorden
aan elkaar
verrast,
somtijds

maar altijd
zonder raken
waarna slechts
leegte
overblijft
in silence
under wines
i leave you
dear
i leave you be

i read
and remain
under covers

half
of what is me.

i won't last
long
in long cold winters
as long as
snow hasn't
hit roofs

i take pens
and feel
your hands go

i pretend
that nearly
prooves

the needs
that make me
go to places,
i must follow
for sure

my wilder heart,
i cannot beat
it

i can only
endure.

zondag 11 december 2011

hoor mij
hoor mij schrijven, terwijl voeten
nauwelijks nog gaan.
we blijven.
tegen warmte aan en sluimeren
omheen

na drinken
doe ik niet meer
alsof

volledig mij
en wat dat draagt,
doet voluit genoegen.

warmt
gaat terug naar
al wat was
aan zee.

ik zie door vertes,
ver in 't hoofd,
stuivend zand en
meer.

vergeet niet
wat zilte, zoute
nachten brachten.

jaren nog
daarna
twee tranen
en ik
zie u

weer
als in wat was.
ik hoor.
zie u staan,
gij beiden.

als in zingen
tot aan Engeland.
zand tussen de
mensen door,
de tenen

zie mij
zie mij
zitten.
wat ik doe,
is vol voor u
door u die
woorden drenkt
en lost

door mij
door dwalen

ik vind u,
zie u zitten
zijn
als gij
als tranen die
wij plengen,
onbeschaamd
verloren.
sta ik aan zee, naast u, en zie
mezelf als toen.
streel muren die me ouder lijken
dan ik ooit ben geweest.
onder dekens weef ik
alles, dromen, aan elkaar.
ruik zee en zand als nooit, zie
molens. lichten, groen en rood.
voel wind varen door mijn haar.

als zes, als twee, als lang geleen.
voeten, twee en vier, in zand en
weten dat
wat vervliegt, vergeten wordt en
niet
opgehaald, gemist, geweten,
nog gevoeld, geschreven wordt.

als in sterren zien.
frisse zomerluchten die omslags
onthouden worden, al dan niet
verkeerd.

omarmd als wat essentie is,
vandaag. waaruit te putten valt.
slechts schrijven. ik vind u daarin.
in schrijven en schreien. ik zie u.
kom dichtbij, ik vrees niet.
zit toch, zet u neer.

ge zoudt genoegen vinden in
wat ik voor u doe. uit u, door u.
gij die mij woorden biedt.

ik verbind u met wat ik van
u verlang. zolang ge voedt, blijf ik
u spuwen.
ga terug naar wat niet was.
ik troost.
vind troost in dat wat ik hier doe.

doe niet slapen, niet vandaag.
verlaat niet. vul met alles wat
ge waart en praat.
ik hoor u in stilte praten.
waak over verleden en wat nog
komen moet, dat komt, om u.
uit u.

maandag 5 december 2011

it is wrong in all i do.
impatience lingers to be caught.
i cannot catch what is not mine
to borrow, dear. i cannot rhyme.

what you try to have, is heartless.
breaks other than you in two
lost pieces. smithereens of old,
sore fear.

i search in woods for you, i loose.
more than i can carry.
leaves and autumn branches hit
me on a blonde lost head.
i walk unwanted paths through
this what is called heart.

and echoes float, to nowhere
so it seems.

what seems close, is hard to see.
to tangle and carress. love lost.
as marbles, everlong.

and shoulders do not carry more
than they can stand. nor do
hands write less.

to be found, forsaken, in cold
long winternights, under covers
i shall lay. dreaming and
forgiven. for all that leaves a
mind like one i cannot name.

in scratches, i do wonder
what is
to be found.

zondag 4 december 2011

i hit
the top of
my heart
with you,
that is what
bloody tuesdays
do

on wine
and smokes
we go
on sleep
random
kissing,
doorsteps are
the leave to
nowhere

as are you.
ik schrijf mij
zot
om u
ge plaatst alles
wat stond
op losse schroeven

ik vind u
tegen mijn buik
gepast
gewelfd
en warm gevonden
terwijl ik tril
onder uw handen

laat maar
zitten
zijn en schrijven
lezen, eten
praten ook

laat
tegen elkaar
verdwijnen
door bomen
om armen
die nooit lossen
zullen nee

als avond
wegzakt
in mijn hoofd

doof mij
uit
en over

zie
en wees gerust
laat varen
de engte, angst
ik red wel
wat te redden valt

weinig
meer is nodig.