geef je
ziel toch niet
aan mij,
zeg jij
en ik geloof je
begin je
haast te vergeten ook.
ik wacht niet eens
op verschijnen
op roken, drinken
ook
ik lieg
en leg jou nog even
te midden van mij.
tussen armen die plooien
omheen
wat ik dacht
dat bestond
en ik streef ernaar
en zweef ernaar
dat, over jaren,
als jouw naam wordt
genoemd,
het licht niet meer
knippert
in mij.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten