amper hebt gij vrouwen nodig, die hun armen rond u slaan, u rijkelijk begeesteren.
zij die voeden, zij die zijn, die uw zijn aanmoedigen.
u bergen en verschuilen, onder lakens, in mijn hart.
ziet gij een zomeravond, kind op trap met bloem in 't hand, op een afstand blijft ze staan, al lachend.
ziet uzelf daar zitten lezen, ge had het weer verleerd. schep woorden in uw hoofd en slechts bewonder dàt aan zij die u van ver aanschouwen.
slaap niet, zie, de nacht staat stil en nooit gaat dit voorbij, de vlakte.
loom en op van liefde.
verlopen en haast uit.
zondag 6 februari 2011
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten