woensdag 4 augustus 2010

elk woord dat ik u achterlaat, lief,
lijkt achteraf zo dwaas.
het staat te blozen als een kind van
twaalf, met lange blonde vlechten.

elke letter wordt gewogen voor zij onder
uw ogen komt, als kostbaar
kleine granen. ik plant ze, verplant ze.

verder bouw ik zinnen, die gij nooit
lezen zult. ik wil opnieuw beginnen.
van begin af aan.
zonder uitzonderlijke empathie.
gewoon, gij.

loop ik
tegen u aan.

omfloerst doe ik alsof, nonchalance
op en top, ge zou me nooit benauwen.
lucht dwaalt door mijn longen, op
een doods en loom gemak, ik
kan niet enkel knikken.

schaamte overspoelt mij soms, vooral
's ochtends vroeg, in bed.
voor ik mijn ogen heb gesloten niet,
dan nog niet. meteen.

pas als de zon verschijnt, als ik uren
heb verslapen.
ergens tussen apegapen en waken weet
ik weer
wat ik u heb staan vertellen.
schaamte.

blijkt niet van uw gelaat te lezen, dat
het u stoort. ge kunt u goed verstoppen.
wie niet ziet, is gezien.
het gaat niet meer over leemte.

het draait om u, om u.
als linten wikkelt het om mij,
meiboom in de lente. ik mag u niet
vergeten.

niet vertellen, nooit niet, nee.
niet vertellen, nooit niet
nee

de nacht kan enkel rusten
en slapen tot ik weer ontwaak
de donkerte verjagen.

strak de hemel,
als een trommelvel
ongeplooid gemoeid gelaten

als water drijven wolken door:
vlakke, warse banen
strepen in het hemelzicht
als striemen op mijn hart
mijn hart

het staat op springen
als hazen door een woeste hei
ik wil
opnieuw

beginnen

Geen opmerkingen: