vrijdag 13 augustus 2010

ik hou u tegen mij en kan nauwelijks ontkennen dat, met schaamrood op de wangen, het wààr is wat men zegt.
wie heeft het u verteld? vraag ik, maar gij kunt enkel lachen, flauw glimlachen, en daaruit concluderen: wat ze zeggen is dus waar.

niet en nooit kan ik u zeggen, u vertellen, hoe het komt en hoe het zij. och ge kwam binnen en ik straalde, ik vond u, diep in mij.
hoe ik zo koppig ben geworden? door u. ik laat nooit meer los, niet.

ge voedt mij, doet mij schrijven, haalt het binnenste uit mij en dat is heerlijk. eindigt niet en bovendien, we gaan enkel vooruit.

aan zee zit ik, met u naast mij, en wat ik zo zou willen?
wind door hart en haar.
languit liggen op mijn rug en naar wolken staren.

ik strek mijn arm en voel u, raak u.
ge draait uw hoofd naar mij.

nu is 't aan mij om slechts te lachen, de zon brandt op mijn armen.

ik rij naast u, we zwijgen, zeggen enkel wat niet hardop wordt gezegd.
ge begint te zingen. 't is zo hoe gij het doet, binnendringen in hier mij, en daar schoon blijven wonen.

nee, gij. ge rijdt, tikt vrolijk met uw vingers als ik lees en bij u ben. ik proef zout op mijn lippen en draai het raampje naar benee.

zo zie ik u, terwijl ik naast u sta.
mijn hoofd tegen uw schouder.
ik leun op u.
uw hand hangt langzaam om mijn middel.
ik zeg: 'blijf in mij, altijd' en sluit mijn ogen, voel nog uw kus op mijn gelaat.

Geen opmerkingen: