vrijdag 3 september 2010

ach, ik wil toch enkel u. niet anders, geen ander, nooit nimmer niet. ge doet me dwalen, bezinnen, groeien, beminnen. leert houden van.
nu nog gij. nu nog gij die woorden loslaat, uw verstand verlaat en hart volgt, ver weg.

ge kunt het, ik heb het u zien doen. voorheen, tijd geleen, maar toch gezien, genoten, geleefd.
met u, in u ben ik.
en toch zijt ge ver weg, ik kan u nauwelijks raken, daar.
ik zit en slik binnen die letters, die zinnen, die mij doen beminnen.
ach gij. ik zie het in uw ogen, ge wilt maar weet niet hoe.

ik zal het u leren.
open uw armen, uw klein ver hart en praat. vertel in korte, ware, sterke zinnen wat ge zijt en hoe ge 't ziet, de verte.
de leemte.

ik zie u. doorzie u.
ge loopt op hoge tenen, uw hart klopt in uw borst een weg naar buiten.
ge zijt zout, niet langer bitter om zij die u verliet. ach gij.

ge weet het niet. wel. wat ik ben, hoe gij mij maakt, vervormt, bevriest, zelfs op nachten als deze.
ge loopt niet, ge gaat. soms ver, soms nauwer, flauwer, dichter ook bij mij.
ge ploetert, houdt uw hoofd nét boven. staat in stilte te schreeuwen om geliefte, omarmen, kussen. ge kunt.
ge speelt. met mij. mijn hoofd vergeet u nooit. ge kust, ge kunt.

och gij. kunt zo niet verder leven.
ik hoor u. steeds. ik schreeuw om u, ik huil en tel de druppels.
elk één vertelt hetzelfde.
ik wil u. ik wil u. ik wil u.

Geen opmerkingen: